terug  begin  verder

[p. 40]

Bij den kapper

 


illustratie

 
Eenmaal in de maand
 
gaat Joost naar den kapper.
 
De kapper maakt een buiging,
 
en vraagt:
 
 
 
‘Wat wenst meneer?
 
wenst hij dat ik knippen ga,
 
of wenst hij dat ik scheer?’
 
 
 


illustratie

 
En Joost zegt:
 
‘Neemt u maar
 
uw kammen en uw schaar;
 
het haar is weer een heleboel,
 
er moet iets af van 't haar.’
 
 
 
De kapper knikt beleefd:
 
‘Ah juist, het is een heleboel,
 
u neemt de hoge stoel!’
 
 
 
‘En hoe wenst meneer dat het wordt?
 
Ah juist, niet al te kort.’
 
 
 
Een tijdlang klinkt alleen dan maar
 
het knippen van de schaar
 
 
 
Knip-knap, knip-knap,
 
knip-knap, knip-knap,
 
knip-knap, knip-knap,
 
knip-klààr!
 
 
 
‘De scheiding zeker middenin,
 
is het zo naar uw zin?’
 
 
 
‘Een beetje sproeien, dat is fris
 
'k denk dat het zo in orde is,
 
ik hoop, dat u tevreden bent.
 
Dat 's 25 cent.
 
En tot de volgende maand maar weer!’
 
 
 
‘Dag kapper!’
 
‘Dag meneer!’

terug  begin  verder