[p. t.o. 5]
origineel
de kinderlijke dankbaarheid
.
Mij bedelde om een stukje brood,
Heb ik mijn boterham gegeven.
bl.5.
[p. 5]
origineel
De kinderlijke dankbaarheid.
H
et weldoen is mijn lust en leven;
Die man, die door den hongersnood
Mij bedelde om een stukje brood,
Heb ik mijn boterham gegeven.
Hij dankte mij voor mijn geschenk,
't Zou anders ook ondankbaar wezen.
Maar wat heb ik dan niet te vrezen,
Ik, die zoo schaars aan God gedenk.
Die schenkt mij duizend gunstbewijzen,
En zorgt voor mij gelijk zijn kind;
Ik zal dien God, die mij bemint,
En alles geeft, dan altoos prijzen.