terug  begin  verder
[p. 26]origineel

De deugd de waare schoonheid.

 
Mijn moeder heeft me een zijden kleed
 
Gemaakt, wijl zij me mint.
 
Zij heeft al vrij wat geld besteed;
 
Ik ben ook 't eenigst kind.
 
 
 
Zij schonk het mij met een gelaat
 
Vol liefde, en zei daar bij;
 
Ik kleed u wel naar uwen staat,
 
Maar kweek geen Hovaardij.
 
 
 
Mijn Mietje, zorg nu dat uw Jeugd
 
Zich niet vergaape aan schijn.
 
Waart gij graag schoon, dan moet de Deugd
 
Uw schoonte en sieraad zijn.
[p. t.o. 26]origineel



illustratie
de deugd de waare schoonheid.
Waart gij graag schoon, dan moet de deugd
Uw schoonte en sieraad zijn.
bl.26.


terug  begin  verder