[p. 49]
origineel
Prijs nooit u zelven!
M
ijn kind; schoon gij uw lessen kent,
En Jan, die zich aan luijheid went,
Geen roem bij u kan halen,
Gij moet op hem niet smalen,
Noch u verheffen op uw vlijt;
Laat andren 't vonnis wijzen.
Gij moet, of schoon gij roemrijk zijt,
U zelven nimmer prijzen.