[p. 51]
origineel
Niet te veel te gelijk.
N
u Jantje lief; nu kunt gij kiezen
Wat wetenschap gij leeren zult.
Men moet niet langer tijd verliezen;
Uw tijd van speelen is vervuld.
Ik zal het geen gij kiest niet keeren,
Indien het tot uw welzijn strekt.
ô, Riep hij, ô 'k wil alles leeren,
Wijl 't al mijn' lust en ijver wekt.
Wil mij maar goede meesters geven;
Dan raak ik ras in 't Fransch, 't Latijn,
In schrijf - en tekenkunst bedreven,
En wat mij meer kan nuttig zijn.
Doe nooit, was 't antwoord, uwe zinnen
Gelijklijk over alles gaan.
Eer gij het tweede zult beginnen
Moet gij het eerste goed verstaan.
[p. 52]
origineel
Die alles te gelijk wil werken,
En dus zijn kragt te buiten gaat,
Zal in het eind te laat bemerken,
Dat hij van 't meeste niets verstaat.