[p. 53]
origineel
De geduldige.
M
ijn zuster Ceetje mint mij niet;
Al heb ik niets misdreeven,
En wil haar alles geven,
Nog brouwt zij mij gestaag verdriet.
Zij doet mij niets dan plagen;
En wijl mijn moeder haar bemint,
Krijg ik, wanneer zij mij begint
Te kwellen, nog wat slaagen.
Ik zwijg maar, en beschrei mijn lot,
En schoon ik heel onschuldig
Gedrukt word, 'k ben geduldig,
En klaag mijn nood alleen aan God.
Ik zal zijn trouw herdenken;
En bidden dat hij in mijn smart
Mijn zusje Ceetje een beter hart
En mij geduld wil schenken.