terug  begin  verder
[p. 54]origineel

De verstandige.

 
Jaa, vader; 't is wel waar;
 
Gij moogt het vrij den meester vragen;
 
'k Was immers van mijn levens dagen
 
Geen booze leugenaar.
 
 
 
De meester prees mijn hand.
 
Hij had mijn schrift niet half gelezen,
 
Of zei, gij zult haast de eerste wezen.
 
Gij hebt een vlug verstand.
 
 
 
Ik ken mijn les altijd,
 
Daar andren somtijds niets van weten.
 
Die mag men regte lompers heten;
 
Zij hebben lust nog vlijt.
 
 
 
De vader sprak; 'k ben blij
 
Dat gij begaafd zijt met vermoogen;
 
Maar wees niet trotsch; hou steeds voor oogen,
 
‘Gods goedheid schonk het mij.’
 
 
[p. 55]origineel
 
't Verstand, dat God u geeft,
 
Verleide u nooit om hem te tergen!
 
Hij zal van dien het meeste vergen,
 
Die 't meest ontvangen heeft.
terug  begin  verder