terug  begin  verder
[p. 72]origineel

De goede geldzugt.

 
Vader! ô was al dat Goud
 
Dat ik gistren u zag tellen,
 
Aan uw Flipje toevertrouwd,
 
Dan zou hem geen hartzeer kwellen;
 
Dan was ik eerst in mijn schik;
 
Niemand was zoo rijk als ik.
 
 
 
Waartoe zou 't u nuttig zijn?
 
Dus liet zich de vader horen.
 
'k Zou, antwoordde 't kind, de pijn
 
En 't gezugt der armen smooren.
 
Ieder, die het nodig had,
 
Kreeg een deeltje van mijn schat.
[p. t.o. 72]origineel



illustratie
de goede geldzugt.
Niemand was zoo rijk als ik.
bl.72.


terug  begin  verder