[p. 89]
origineel
Verjarings-lied.
Antoni. Mietje.
antoni
.
Z
ie eens lieve zusje Mietje,
Of ik niet zoo goed als Jan,
Die een baas is in het dichten,
Zoete rijmpjes maken kan.
Vader, weet ge, is morgen jarig.
'k Wil, al ben ik maar een kind,
Aan dien besten aller menschen
Nu in rijm Gods zegen wenschen.
Hoor eens hoe mijn lied begint.
Vaderlief, uw lieve Toontje
Is op dezen dag verblijd,
Dat hij u geluk mag wenschen,
Wijl ge heden jarig zijt.
[p. 90]
origineel
ô Kon ik Gods goedheid loven,
Die genadig aan ons denkt,
En u boven andre menschen
Zoo veel heil en voorspoed schenkt.
Hoe veel ouderlooze kindren,
Treuren niet om hun gemis!
Ik heb nog mijn' lieven vader;
Dank zij Hem! wiens wil dit is.
'k Hoor nog dagelijksch de lessen,
Tot mijn besten, uit uw' mond.
God bewaar u nog veel jaaren,
Tot ons aller heil gezond
Leef gelukkig met mijn moeder!
Nimmer kwel u ramp of kruis!
Godes Geest woon in uw harte,
En zijn zegen in uw huis!
Zie in mij, in broêr en zusje
Uwen wensch en hoop vervuld!
[p. 91]
origineel
Word dus grijs, tot gij, van voorspoed
Zat, uwe oogen sluiten zult!
Dan moet ge in het Hof der hoven
Eeuwig uwen schepper loven.
mietje
.
ô Dat is een aardig liedje;
Jongen, dat komt net van pas.
Wat zal vader in zijn schik zijn.
'k Wou het alreeds morgen was.
'k Heb u lief wijl gij dien vader,
Die ons allen teêr bemint.
Zult begroeten met een Dichtje,
Als een tederminnend kind.
'k Weet niet wat ik hem zal brengen;
Rijmpjes maken kan ik niet;
'k Schonk hem graag het een of ander;
'k Weet hoe graag hij liefde ziet.
[p. 92]
origineel
antoni
.
Geef hem uw Canarij-vogel!
Die zoo zingen kan.
mietje
.
Dat 's goed;
'k Hoorde vader dikwijls zeggen.
‘Mie, wat zingt uw vogel zoet.’
Vader, zal mijn vogel hebben.
Lieve Toon, ik ben zoo blij.
Morgen! - 'k voeg er duizend kusjes,
Lieve, lekkre kusjes bij.