[p. 95]
origineel
Liefde tot de Deugd.
I
k min de Deugd;
Die kan mijn jeugd
Het best vernoeging geven.
'k Wil deugdzaam zijn,
Om vrij van pijn
En kwellingen te leven.
Mijn boezem slaat
Bedrijf ik kwaad,
En 'k voel mijn blijdschap vlugten;
Mijn angstig hart
Gevoelt de smart
Der zonde, en doet mij zugten.
Maar als ik let
Op Godes Wet,
En gaa der vromen wegen,
Dan smaak ik vreugd.
Dus strekt de Deugd
Zich zelve tot een zegen.
[p. 96]
origineel
't Gerust gemoed
Is 't hoogste goed;
Dat streeft met zang naar boven,
Om hem die leeft,
En kragten geeft
Tot goed doen, blij te loven.
Ik min de Deugd;
Die zal mijn Jeugd,
Met God, voor wroeging hoeden.
Het booze kind,
Dat de ondeugd mint,
Moet hartebeulen voeden.