[p. 108]
origineel
De waare roem.
J
an had een' arm' gebreklijk' man
Zijn geld en boterham gegeven.
Ik zal, sprak die, wijl gij mijn leven
Gered hebt, ieder waar ik kan,
En koom, uw menschen-min vertellen:
De roem moet toch de Deugd verzellen.
Neen, riep ons Jantje, doe dat niet!
'K heb roems genoeg, wijl God het ziet.