[p. 126]
origineel
De nieuwe hoed.
ô
J
an! wat is mijn Vader goed!
Zie eens, dees mooijen nieuwen hoed
Heeft hij me straks gegeven.
ô Jongen! 'k ben zoo in mijn schik;
Hij leerde mij met een, hoe ik
Nu met mijn hoed moest leven.
Wanneer ge, zei hy, iemand ziet,
Ontzie dan toch uw hoedje niet;
Gij moet om 'tgroeten denken.
'k Zal, als ge dus, in korter tijd
Dan anders, uwen hoed verslijt,
U weêr een nieuwen schenken.
[p. t.o. 126]
origineel
de nieuwe hoed
.
ô Jan! wat is mijn Vader goed!
Zie eens, dees mooijen nieuwen hoed
bl.126.