[p. 132]
origineel
De broederliefde.
ô
W
at heeft de broedermin
Voor ons veel vermaken in;
Zoo als ik en Gerrit leven
Zijn 'er naauwlijks broêrs op aard:
Altoos vreedzaam en bedaard,
Door geen haat of nijd gedreven,
Is dat één van beide doet
Ook den andren altoos goed.
Heeft mijn broeder Gerrit lust
Om te spelen, ik tot rust;
Laat ik maar het minste blijken
Dat ik, niet gezind tot spel,
Liever leer, het is hem wel,
En in plaats van stuurs te kijken
Krijgt hij boeken, en zwijgt stil;
Dus wil Gerrit zoo ik wil.
[p. 133]
origineel
Ben ik weêr tot spel gezind
Als hij daar geen vreugd in vindt,
En zijn lessen liefst wil leeren,
'k Zal dat ook niet tegengaan;
't Spelen is dan afgedaan.
Wat hij dan ook zal begeren,
't Spel of boeken, ik ben reê;
Zo hij wil, zoo wil ik meê.