terug  begin  verder
[p. 135]origineel

Het zoete kind.

 
Ons Casje wordt van elk bemind,
 
Geen wonder, want dit lieve kind
 
Is ook, gelijk men zegt, elks vrind,
 
En weet al spelend'
 
Het hart te winnen; altoos zoet,
 
Vertoont het een opregt gemoed;
 
En wat het knaapje zegt of doet,
 
't Is nooit vervelend.
 
Wanneer zijn vader hem gebiedt
 
Te leeren, hangt zijn lipje niet,
 
Gelijk men veel van andren ziet,
 
Maar met een kusje
 
Beloont hij 's Vaders wijze raad,
 
En leert dan met een blij gelaat;
 
Ook wijst hij 't geen in 't boekje staat
 
Zijn lieve zusje.
[p. 136]origineel
 
Krijgt hij, tot poozing van zijn vlijt,
 
Te met een klijnen spelenstijd,
 
Hij zal met anderen, door nijd
 
Vervoerd, nooit janken;
 
En als zijn moeder lekkers heeft,
 
En hem daar van een stukje geeft,
 
Al is het klijn, hij zal beleefd
 
Zijn moeder danken.
terug  begin  verder