§. 26. De maat is de pols van een vaersDe maat is de pols van een vaers; want gelyk de pols het
leven en de gezondheid van het menschlyk lichaam aanwyst, zo vertoont de maat
de wel- of kwalyk gesteldheid van een vaers: en de dichter raadpleegt ten dien
einde de maat, gelyk de arts den pols. Ook is de maat zo natuurlyk en
onafscheidelyk met den vaerstrant verbonden, dat men in prosa, of
maatloos, geene gedichten kan schryven; gelyk men geen leevend althans
gezond ligchaam ontmoet, waaraan de polsslag mangelt. Men hoore hieromtrent het oordeel van Antonides, als geneesheer en dichter; dus zingt hy:
En gelyk de oude Grieksche arts Herophiles de geheele geneeskunde op de naauwkeurige kennis van den pols bouwde,‘il vouloit qu'on fût musicien et géométre, pour se connoitre parfaitement au poulx, pour en entendre la cadence, et en savoir la mesure, selon les âges et les maladies’ (Traité de l'Opinion, Tom. 1, pag. 581) 130 ; even zo heeft reeds Jubal het fondament der muziek, en dus ook van het vaerzenmaaken (§. 56.), op de maat gegrondvest:
Voor het overige bestaat de maat, als polsslag, alom in de natuur; en de dichters zelven weiden daarover meermaalen uit, by voorbeeld:
|
129 Antonides, Gedichten,
‘Dankzegging’, r. 5-6.
130 Le Gendre, Traité de l'opinion
(spellingsvarianten: ‘musicien, & géométre’,
‘sçavoir’).
131 Noah, r. 535-538 (WB X, p.
417).
132 Bespiegelingen van Godt en godtsdienst
III, r. 1393-1394 (WB IX, p. 559).
133 ‘De feest van H. Bentes en Katherina
Baek’, r. 101-103 (WB III, p. 787).
|
Men erkent uit dit alles, dat de maat een zeer voornaam deel van het vaers is. De vaerzenmaaker handelt, by het waarneemen derzelve, alzins als een wysgeer, en men kan Antonides vaers op hem toepassen:
en nopens vaerzen, zo wel als staatszaaken, geld het oordeel:
|
134 ‘Bruiloftbed Hooft-Hellemans’,
r. 447 (WB III, p. 172).
135 Katharyne Lescailje (1649-1711),
Tooneel- en mengelpoëzy, Amsterdam, bij Lescailje en Rank, 3 dln,
1731: ‘Daphnes Harderszang op de Vrede’, Deel I, p. 7, r. 13. Het
eropvolgende citaat past in Lescailje's poëzie, maar is niet
gelocaliseerd. KB 759 B 10.
136 Antonides, Trazil of overrompeld
Sina in zijn Gedichten.
137 Batavische gebroeders, r. 873 (WB
IX, p. 932).
|