§. 41. In vaerzen wordt geen middelmaat geduld

In vaerzen wordt geen middelmaat geduld, naardien ze ongevergde proeven der uitmuntendste kunst zyn. Het is geen schande geene vaerzen te kunnen maaken, maar bespottelyk slechte vaerzen te maaken. Hy, die zich willekeurig tot vaerzenmaaker opwerpt, is derhalven schuldig volkomen gewrochten te leveren. En de Kosmopoliet (Deel II, bl. 17)  222   merkt te recht aan, dat niemant tot poëet, gelyk wel tot soldaat, geworven of geprest word. Wien is het mediocribus esse poetis van Horatius (De arte poetica, v. 372)  223   onbekend?

 222  De Kosmopoliet II, p. 17, nr 56 van 20 januari 1777.
 223  Epistula ad Pisones, r. 372.


[p. 85]

 In andre kunsten word verschil van trap geleên:
 Met roem kan elk daarin de tweede plaats bekleên;
 Maar in 't gevaarlyk ampt van schryven en van dichten,
 Moet tamelyk en slecht op 't zelfde voetspoor zwichten:
 In vaerzen wordt voorall' geen middelmaat geduld.
 (Göbel, Dichtkunde, bl. 43)  224  

Men moet echter wél beseffen, dat de onlydelyke middelmaat alleenlyk de vaerzen zelven, geenszins derzelver inhoud, betreft, want wy zullen vervolgens zien dat de poëzy alzins kan laag zyn (§. 43.). Dit is oorzaak dat het middelmaatige wel in prosa, maar niet in vaerzen, word geduld; en de dichter, gelyk elk prosaïst, kan zeggen wat hy wil (§. 37.).

Zullen vaerzen dienvolgens boven het middelmaatige verheven zyn, en den stempel der waare kunst vertoonen, zo is het noodig dat ze beschaafd en herschaafd worden:

 Ja zo, dat niemand licht zou durven onderstaan,
 De hand aan 't schaaven en veranderen te slaan.
 Of die het waagde, zou 't van veel voornaame gaaven
 Daar 't nu mee pronkt, misschien berooven, door 't verschaaven.
 (Pels, Gebr. en Misbr. des tooneels, bl. 41)  225  
 Beschaaft het zonder eind, herschaaft het nog al weêr.
 (Göbel, Dichtkunde, bl. 9)  226  

hierom is het vignet tot de zinspreuk Constantia et labore, een schaafbank met een schaaf daarop. Van daar komen ook de kunstgenootschappen Oefening beschaaft de kunsten; Natuur begaaft, oefening beschaaft, enz.  227  

Ter volmaaking der kunst is voorts noodig,

 224  Gobels, Dichtkunde, IV, r. 29-33.
 225  Pels, Gebruik en misbruik, r. 1023-1026.
 226  Gobels, Dichtkunde, I, r. 173.
 227  ‘Oefening beschaaft de kunsten’, genootschap van Amsterdamse toneelschrijvers, in 1752 opgericht door Lucas Pater. Door ‘Oefening’ werden acht delen Tooneel-poëzy uitgegeven (1752-1785).
‘Natuur begaaft, oeffening beschaaft’, opgericht in 1774 in Amsterdam. Door dit genootschap werd Mengelpoëzy (1778) uitgegeven.


[p. 86]

dat de vaerzen gevyld worden; en Pels spreekt van vaerzen

 Die de overzetter met geen roffel, 'k zwyg een vyl
 Heeft overloopen -- --
 (Gebr. en Misbr. des tooneels, bl. 39)  228  

dat ze gekuischt worden; van daar de zinspreuk Purgat et ornat, en de kam tot vignet:

dat ze gelikt worden;

 Gelyck het beerjong ruw geworpen, door 't gekoester
 En licken, zyn gestalt allengs toont aen zyn voester:
 Het maecksel doet zich op door ommetreck der leên:
 Nu kan men kop en rugh en pooten onderscheen.
 (Vondel, Poëzy, Deel I, bl. 13)  229  

En aldus, zonder zich het kunstgenootschap Al likkende likt men de ziel uit een vaers te bekreunen,

 Zo schuilt de kunst in kunst, en schynt geen kunst maer scheppen!
 (Vondel, Ovidius Herschepp., bl. 309)  230  
 228  Pels, Gebruik en misbruik, r. 992-993.
 229  ‘Verovering van Grol’, r. 321-324 (WB III, p. 138).
 230  Ovidius' Herscheppinge X, r. 354 (WB VII, p. 756).