§. 47. Een dichter kan slechts door een' dichter vertaald wordenEen dichter kan slechts door een' dichter vertaald worden. ‘Het is onmogelyk,’ zegt een genootschap van geleerden, ‘dat een dichter wél vertaald word, of het moest door een' dichter geschieden’ (Levensbeschryving van verscheidene vermaarde Italiaansche mannen, enz., bl. 158) 275 . -- Het verstaat zich, dat vaerzen in vaerzen moeten vertaald worden, en hy, die in vaerzen vertaalt, is alzins poëet (§. 46.). Gelyk, natuurlykerwyze, de vaerzen den oorsprongklyken dichter (§. 6.) waarlyk en alleen tot dichter maaken: zo verklaaren de vaerzen des vertaalers ook hem evengelyk tot poëet, en bewyzen dat hy zyn origineel wél en kunstig vertaald hebbe. Vondel uit zich aldus:
en hy,
|
275 Levensbeschryving van verscheidene
vermaarde Italiaansche mannen en vrouwen. Beschreeven door een Genootschap van
Geleerden; uit het Fransch vertaald, Harlingen, bij V. van der Plaats jr,
1769: in ‘Aanmerkingen over het leven van Torquatus Tasso’:
‘Het is onmooglyk dat een Dichter wel vertaald wordt, of het moet door
een Dichter geschieden’. PBF C 19533.
276 ‘Opdraght van Ovidius of Loofwerk,
aen Diedrik Buisero’, r. 125-126 en 131-132 (WB VII, p. 381).
277 Pater, De juichende schouwburg, p.
2.
|
|
heeft zulks door zynen vertaalden Ovidius beweezen. Alle prosavertaalingen van uitheemsche dichters die wy bezitten zyn niet dan zeer gebrekkig, en welk een overwigt van volkomenheid heeft niet Vondels vertaalde Virgilius in vaerzen, boven zyne vertaaling in prosa! Het vertaalen eens dichters in prosa doet hem zyne wezenlykste schoonheden (§. 22.) verliezen, en levert hem dus zeer onvolkomen; wyl de prosaïsche inhoud der vaerzen alleenlyk derzelver grove en stoflyke deelen levert, die men het caput mortuum zou kunnen heeten. De Guardiaan toont zulks aan, als hy zegt: ‘De poëzy is zo vol van fyne geesten, dat zy in het overgieten vervliegen; en als 'er geen nieuwe geesten bygedaan worden, blyft 'er niets over, dan het geene de stookers terra damnata of caput mortuum noemen’ (Deel II, bl. 475) 278 . 't Is waar, dat Vondel zelf belyd: ‘Rym en maet, waer aen de vertolcker gebonden staet, verhindert oock menighmaal, dat de vertaelder niet zoo wel en volmaacktelyk naspreekt, 't geen zoo wel en heerlyck voorgesproken word, en yet van d'eene taal in d'ander, door eenen engen hals te gieten, gaet zonder plengen niet te werck’ (Opdragt voor Elektra 279 . Maar het geene van de oorsprongklyke vaerzen verloren gaat, moet en kan de vertaalende dichter, door de schoonheden zyner eigene vaerzen, herstellen en vergoeden. Dit is het bydoen der nieuwe geesten, waarvan de Guardiaan |
278 De Guardian of de Britsche
Zedenmeester, II, p. 475 (spelling licht gewijzigd); terra damnata of caput
mortuum: ‘dodekop’, het bezinksel dat bij de bereiding van
zwavelzuur uit ijzervitriool in de retort achterblijft.
279 ‘Opdragt voor Elektra’ (WB
III, p. 642-643, r. 49-53).
|
|
spreekt, en hieröm kan een dichter slechts door een' dichter vertaald worden. De waarheid van deezen regel bewyst tevens alzins de vruchtbaarheid der Neêrduitsche dichteren, en den overvloed van goede vertaalingen onder ons; want in welke spraak, meer dan in de onze, zyn uitheemsche poëeten zo algemeen in vaerzen, en dus door dichters, vertaald? -- En uit overtuiging van deezen grondregel, heeft Voordaagh zyne fraaije Neêrduitsche vertaaling van Voltaires Dood van Cesar aan dien Franschen dichter zelf opgedraagen 280 . |
280 Jacob Voordaagh (gestorven na 1742), mecenas
van Willem van der Hoeven, vertaler van Voltaires Dood van Cesar,
Amsterdam, bij Izaak Duim, 1737. Het bevat een brief in het Nederlands:
‘Aan den Heere de Voltaire’. KB 3186 G 39.
|