terug  begin  verder

Gympjes

In die tijd kreeg ik een paar gympjes, die door mijn moeder ‘tennisschoenen’ genoemd werden. Ze waren van zwart canvas met een zwarte zool met ribbeltjes en zwarte veters die door glimmend zwarte ringetjes gingen. In die tijd had je alleen witte en zwarte gympjes. Volgens mijn moeder werden zwarte tennisschoenen minder gauw vuil dan witte.

Het waren fenomenale schoenen waarmee je heel wat sneller kon lopen dan met die kistjes die zo goed voor mijn enkels waren. Je kon er snel mee starten, hard op lopen en er dan bijna ogenblikkelijk mee stilstaan, ze waren licht, droogden snel en ze waren practisch geluidloos.

Een nadeel was dat ze nogal gauw stuk gingen, het eerst ging de rechterschoen kapot ter hoogte van mijn kleine teen. Al gauw stak die teen de kop op en duwde de sok die ik aanhad door het luchtgat. Kort daarop ging ook de sok kapot en toen vertoonde zich een wit teentje, dat schril afstak tegen het zwart van de schoen. Ik waarschuwde het teentje regelmatig en het deed ook wel zijn

[p. 121]

best om binnen te blijven, maar op den duur zat er niets anders op dan een potje Oostindische inkt te nemen en een penseeltje om hem de kleur van de schoen te geven.

 

Pia, die over het hekje hing, zei: ‘Ik was mijn voeten bijna elke zaterdag. Was jij je voeten nooit?’

‘Toch wel,’ zei ik.

‘Waarom zijn ze dan toch zo zwart?’

We keken allebei een tijdje naar mijn kleine teen die niet wist waar hij moest blijven. Gelukkig was hij zwartgeschilderd, anders hadden we gezien dat hij dieprood van schaamte was geworden.

‘Dat is inkt,’ zei ik.

En Pia zei: ‘Was jij je voeten in inkt?’

terug  begin  verder