terug  begin  verder
[p. XXXIII]

De inkomste te Vlaardingen

[p. t.o. 1]



illustratie
BLASOEN VAN DE DELFTSCHE KAMER DE RAPENBLOEM MET DE ZINSPREUK
‘WIJ RAPEN GENEUGHT’
(Uit vlaerdings redenrijck-bergh)


[p. 1]

Inkomste van de kamer van Delf De Rapen-bloem

Liefde des vaderlants
 
So lang de Bruydt is uyt de Schuyt
 
Looft-mense goede dagen: 2
 
Maer raecktser in, beloft is uyt,
 
En moet na 's Mans behagen. 1-4
 
Vlaerdingh tot delff
5
Welkoom/ die u begin en name hebt bekomen
 
Van 't delven met de Spa: maer t' zijn maer blaeuwe blomen/ 6
 
Dat Delf na Delphis hiet/ want my noch wel gedinckt
 
Dat Goverd met den Bult Delf dolf/ en heeft omringt:
 
Dan dat en geeft noch neemt; Slech koomt met uwe Rapen 9
10
Van warme vochtigheyt/ onder mijn daken slapen/
 
Opdat haer warm' natuer van Mensch-voedende vocht/
 
In mynen acker drooch mach werden aen-gebrocht.
 
Delff tot vlaerdingh
 
Met sulcken jonst en Liefd' (ô schoon Matresse konstich)
 
Als ghy uwe Dienaers hier nu ontfancklijck zijt/ 14
[p. 2]
15
Even met zulcken lust en liefde t'uwaerts jonstich/
 
So spreken wy u danck/ met harten seer verblijt:
 
En vermits sich vertoont den voorbestemden tijt/
 
So komt de Rapen-bloem om voorder in te treden
 
Binnen t' Vlaerdings geheym/ daer den Akerboom wijt 19
20
Seer konstich Aensiet Liefd' vervolgens recht en reden/ 20
 
Dies Wy Rapen geneucht (als Rhethorices leden)
 
In uwer konsten feest die wy hier mercken aen:
 
Dus ghy Vlaerdingsche Maecht out vermaert in wijsheden/
 
Neemt danck'lick onsen groet/ vrientlijck aen u gedaen.
 
Wy rapen gheneucht 24
2Looft mense, belooft men haar.
1-4Zie de inleiding blz. XV.
6t' zijn maer blaeuwe blomen, het is maar ijdele verbeelding.
9Dan dat en geeft noch neemt, maar dat doet er niet toe; uwe Rapen, uw rederijkers van de Rapenbloem.
14ghy .... ontfancklijck zijt, gij ontvangt.
19geheym, orakel.
20Aensiet Liefd', zinspreuk van de Vlaardingsche Kamer.
24Wy rapen gheneucht, zinspreuk van de Rapenbloem.
terug  begin  verder