63-65De Assyriërs heeft onderworpen, de
Euphraat rood heeft gekleurd van het vergoten bloed, den trots van Croesus
heeft neergeworpen en den loop van de Tigris heeft omgelegd.
66enz. Persen, Perzië, het
volk of ook de koning der Perzen.
73-74Zou het nietige Griekenland den roem der
Perzen doen dalen. Wat van Perzië? dat...
79-81De glans van de wapens uwer ruiters
verblindt ons. De rechte speren uwer krijgslieden lijken een dicht met jonge
boomen beplant bosch.
86Die, naar ik meen, den dood wenschen om het
ongemak der onderwerping te ontgaan.
102-103Ik heb in goedertierenheid hun ijverig
veel roemwaardige geschenken aangeboden en heb in alles getracht zonder
bloedvergieten hun vorst te worden.
108De onderwereld wordt te klein door het
getal droeve zielen.
136en zij veroordeelden Arthmios [een
ingezetene van Athene, die zich voor de onderhandelingen met de Perzen had
gespannen] met zijn geheele geslacht tot verlies van eer en rechten.
173-178Dikwijls is de hemel vertoornd om
konings hoogmoed en geweld, en laat hem een smadelijken dood vinden op het
slagveld, zwart van het bloed, opdat aan een ieder blijke, dat koningsmacht
geen recht geeft tot moedwil.