1653ruych begraest, dicht met
gras begroeid; plechtich, statig, rustlg
1); achter dit vers leze men een
punt.
1)De uitdrukking plechtigh
vee wordt niet veel later ook door Vondel gebruikt in zijn Helden Godes
(1620), De worstelaer [d.i. Jacob] vs. 3. Van Lennep gaf hiervan een zeer
gezochte verklaring, die zich in de latere Vondeluitgaven heeft gehandhaald
(ed. Sterck-Moller II, 335, noot op blz. 334) en ook in het Ned. Wdb. XII, 2464
wordt vermeld. Plechtig zou dan zijn schatplichtig, wat met betrekking tot vee
zou doelen op het werpen van jongen. In verband met Jacob, die zich beroemde
den veestapel van Laban te hebben vermeerderd, is deze verklaring wellicht
verklaarbaar. Onze plaats bewijst dat zij onjuist is. Evenzoo vinden eenige
plaatsen bij Spiegel (Hertsp. ed. A.C. de Jong (1930) II 449, III 106) e.a. een
goede verklaring als men zich houdt aan de beteekenis: volgens regel en ritus,
plechtstatig, waardig, ernstig.
1789-90ziet de zon zelf die ons niet steeds
zijn gouden aanschijn toont.
1791droef, duister;
bestickte deken, met sterren bezet gewelf.
1792en veyld de maen,
beveiligt de maan niet, geeft de maan geen zekerheid; hoornich, hoornvormig, sikkelvormig; uyt
steken, uitzenden, uit doen stralen.