In het midden van de 14e eeuw heeft een schoolmeester uit Brugge een Frans-Vlaams conversatieboekje geschreven. De kennis van het Frans was destijds noodzakelijk in handel en administratie. Het boekje geeft een goed beeld van het leven in Brugge in de 14e eeuw. Het enige hs. dat we van dit werkje bezitten (waarschijnlijk een kopie van het origineel) stamt nog uit de 14e eeuw en bevindt zich in de Nat. Bibl. van Parijs. Het is uitgegeven door J. Gessler in Het Brugsche Livre des Mestiers en zijn navolgingen, Brugge 1931.
De schrijver behandelt allerlei zaken uit het dagelijks leven, begroetingen, onderdelen van de woning, huishoudelijke attributen, boodschappen, enzovoort. Hieronder volgt een gedeelte over het kopen van laken op de markt.
1Of ghi dinghet lakene, zo vraegt: ‘Wat lovedi d'elne van desen lakene, de 2 half elle of t'vierendeel?’ Dinghet gheminghede lakene, rode, groene ende 3 swerte, witte, sciere ende graeuwe, blaeuwe, strijpte ende tiertiene, ende 4 segt in dusghedaner wisen: ‘Vrouwe, hoe lovedi d'elne van desen lakene? 5 of: Hoe suldi gheven d'elle?
6- Heere, om redene; ghi sult se hebben goeden coep; ja omme catel.
7- Vrouwe, men moet winnen: besiet wat ic sal betalen.
8Heere, ghi sult er 'af betalen twalef grote vander elle, updat u ghenoucht.
9- Vrouwe, dat ne ware gheene vroescepe; omme al sovele wildic 't 10 hebben goet scaerlaken.
11- Heere, ghi hebbet recht; maer ic hebbe noch zulke dat niet en es 12 vanden besten, die ic niet ne gave omme XX groot.
13- Vrouwe, al ghelovic wel; maer dese n'es niet van sovele ghelts, dat weet 14 ghi wel; maer dat ghire af laten sult, zal se u doen vercopen.
| 1a | scaerlaken (10) is geen laken maar een andere stof. |
| b | Sinte Lodewijc (24) is de Franse koning Lodewijk IX, bijgenaamd De Heilige (1214-1270; in 1297 gecanoniseerd). |
| c | In de regels 29 t/m 31 tref je verschillende muntsoorten aan, die niet allemaal in het Wdb. staan. Brugge was in die tijd een belangrijk handelscentrum en men kon er met veel soorten geld betalen. Voor het gebruik en de waarde van deze munten, zie: H. Enno van Gelder, De Nederlandse munten, 6e druk, Utrecht/Antwerpen 1976 (Aulaboeken 213). |
| 2 | In loven (1) zien we een betekenisontwikkeling: ‘iets prijzen’ - ‘de koopwaar aanprijzen’ - ‘er een bepaalde som voor vragen’ (vgl. ‘loven en bieden’). |
| 3 | Het gedeelte dat - scrine (19) is moeilijk te interpreteren. Ook het Frans (qu'elle fust d'or en vo escrin) kan ons niet helpen. |
| 4 | Het Wdb. vermeldt dat het ww bewinden (40) trans. en intrans. gebruikt kan worden. Dit is onjuist. Het moet zijn: trans. en wederk. (Zie MNW I, 1221 t/m 24) |
| 1 | Is of een nevensch. of een ondersch. vw? Betekenis? |
| 1 | dinghen = ..... |
| 1/2 | Welke woorden/woordgroepen zijn nevenschikkend verbonden in de zin Wat - vierendeel? Hoe vertaal je deze zin? (Zie opm. 2) |
| 2 | Tegenover het ordegewaad van de geestelijkheid staan de wereldlijke kleren, die vaak gemenget waren. Wat betekent dit woord? (De erbij genoemde kleur gaf dan vaak de hoofdkleur aan.) |
| 3 | sciere = ... (vgl. Schiermonnikoog) en graeuwe = .... |
| 3 | Met welk zn is het woord strijpt verwant? Hoe zag strijpt (laken) eruit? |
| 3 | Het woord tiertiene staat als zn in het Wdb. vermeld. Is het hier ook als zodanig gebruikt? |
| 6 | om redene = .... |
| 6 | In het Wdb. kun je onder goet vinden wat goeden coop betekent. Met welk zinsdeel heb je hier te doen? |
| 6 | catel = ....Kun je het ontbreken van het lw verklaren? |
| 7 t/m 8 | Vertaal deze regels. (Voor grote: zie tekst 15, opm. 2a) |
| 8 | Wat is het ond. bij ghenoucht? |
| 8 | Voor welk dial. is de schrijfwijze ghenoucht (en ook die van Bouc in de titel) kenmerkend? |
| 9/10 | Zeg in eigen woorden wat de klant in deze regels antwoordt. |
| 11 | Waarom zou zulke hier als betr. vn dat bij zich hebben en in 12 die? |
| 13 | al: Woordsoort? |
| 13 | ghelts: Naamval? Waarom staat het woord in deze naamval? |
| 14 | Zeg in eigen woorden wat de klant bedoelt met maer - vercopen. |
15- Heere, wat es se u waerd danne?
16- Vrouwe, soe ware mi waerd wel neghene grote.
17- Heere, het's qualike gheboden.
18- Of te seere verlooft.
19- Noch haddic liever dat soe waren guldin in uwe scrine.
20- Joncfrouwe, ghi ne verloort er an ja cruce no munte; maer snijtter mi 21 XV ellen ende een halve, ende ziet hier t'ghelt.
22- Heere, wat munten gheefdi mi?
23- Joncfrouwe, goede munten; het sijn grote tournoisen: sulc sijnre van 24 Vlaenderen; die andre van Sinte Lodewijcs tiden, die men heet oude 25 groten.
26- Heere, wat sijn si waerd?
27- Vrouwe, de oude XVIIJ penninc, ende de Vlaemsche twaelve: ghi sijt 28 wel sculdich te wetene, die sovele ghelts, ontfanct.
29- Ghi segt waer heere, maer wi hadden liever s'konincs scilden, inglen 30 gulden, guldine leewen, cronarts guldin of helmen, vranken of zetellaers, 31 mailgen ende oude inghelschen: met sulker munten soude men ons wel 32 betalen.
Om een indruk te krijgen van de wijze waarop de auteur het Frans en het Nederlands naast elkaar heeft geplaatst in dit 14e eeuwse ‘Hoe zeg ik het in het Frans’, geef ik van het slot van het gesprek tussen klant en verkoopster naast de Middelnederlandse ook de Franse tekst:
| 18 | De klant verwijt de verkoopster dat ze de stoffen te seere verlooft. Betekenis? Wat betekent het voorvoegsel ver- hier? |
| 20 | Wat betekent de uitdrukking cruce no munte? |
| 23 | sulc: Woordsoort? Betekenis? |
| 23 | Wat is de gramm. functie van -re in sijnre? |
| 24/25 | Waarbij behoort de bijzin die - groten? |
| 27/28 | Vertaal deze regels. |
| 31 | sulker munten: Enkel- of meervoud? |
| 33 | Welke woorden uit het voorgaande worden hervat in so? (Let op de woordsoort van miten.) |
| 36 | Ontleed in zinsdelen: al eist goede munte. |
| 37 | Is beloven trans. of wederk. gebruikt? Wat betekent het woord hier? |
| 38 | Wat is het ond. bij gebrake? |
| 39 | Van welk muntstuk is het woord penewaerde afgeleid? Wat betekent het? |
| 40 | daer ic mi af bewinde = ... (Zie opm. 4) |
| 41 | Kun je het ontbreken van de -t in moch verklaren? |
| 41 | Voor welk dialect is de vorm och kenmerkend? Wat betekent het woordje? |
| 42 | Is een hallinc meer of minder waard dan een penninc? |
| 44 t/m 46 | Zeg in eigen woorden wat de klant de vrouw tot slot antwoordt. |