Op vele plaatsen in de Ardennen en langs de Naamse Maas zijn herinneringen bewaard (voornamelijk in de vorm van ruïnes en folkloristische activiteiten) aan de vier Heemskinderen en hun geweldige Ros Beiaard. Renout en zijn broers, de zonen van Aymijn (= Heem-), zouden daar burchten hebben gebouwd om zich te kunnen verdedigen tegen hun grote tegenstander, Karel de Grote.
Het verhaal over de uit de Ardennen afkomstige Heemskinderen is ca. 1200 ontstaan als ‘chanson de geste’ in Frankrijk (de Renaus de Montauban) en vanuit het Frans in het Nederlands vertaald/bewerkt. In de Nederlanden (en Duitsland) vond de geschiedenis een gretig onthaal; daarvan getuigt het aantal overgeleverde bronnen. Naar het mnl. dichtwerk zijn minstens twee prozaredacties vervaardigd. Een van de twee (die het gedicht op de voet gevolgd moet hebben) heeft na de uitvinding van de boekdrukkunst verschillende malen als volksboek het licht gezien. Er is niet een complete mnl. rijmtekst bewaard gebleven. VVe bezitten slechts fragmenten van vier handschriften (waarvan het oudste
| 1a | starste (14): lees starcste. |
| b | welert (16): lees werelt. |
| c | sonder spanen (3): Op grond van het rijm zou je kunnen veronderstellen dat dit een verschrijving is voor sonder sparen. |
| 2 | Het kopiëren van getallen in romeinse cijfers heeft vaak tot fouten geleid. (Vgl. 27) |
| 3 | Uit een onderzoek naar de verhouding der bronnen van de Renout is vast komen te staan dat de twee naast elkaar afgedrukte redacties indirect op een zelfde (verloren gegane) mnl. bron terug moeten gaan (die echter niet de oorspronkelijke mnl. tekst geweest kan zijn). |
| 4 | Opdracht 1 bevat alleen vragen over de rijmtekst; opdracht 2 over de prozatekst en de verhouding ervan tot de rijmtekst. |
nog uit de 13e eeuw stamt). De inhoud van het mnl. dichtwerk kunnen we echter wel reconstrueren met behulp van een Duitse vertaling ervan en met behulp van de prozatekst uit de volksboeken.
Hieronder volgt een gedeelte van een fragment van ca. 1360 (bewaard in de Kon.Bibl. te Den Haag; sign. 133 L 11) en het daarmee corresponderende gedeelte uit de prozatekst van het volksboek van 1508. De rijmtekst wordt gegeven naar de uitgave door A.M. Duinhoven in N.Tg. 66 (1973), de prozatekst naar de uitgave door Overdiep (Zwolle 1931).
Lodewijk, de zoon van Karel de Grote, is tot koning gekroond. Ook Aymijn en zijn vier zonen zijn uitgenodigd voor het feest. Zij worden door de jonge koning echter zeer onvriendelijk bejegend. Als Lodewijk na de kroning hen niet een gebied in leen geeft, terwijl hij dat alle anderen die daarvoor in aanmerking komen wél doet, beklaagt Aymijn zich bij Karel. Deze geeft Renout en zijn broers nu bijzonder grote gebieden in leen. Hierna komen ze bij Lodewijk in de boomgaard, die inmiddels al gehoord heeft, wat er gepasseerd is.
| 2 | Geef geslacht en getal van dinc en verantwoord de vorm zoals die hier staat. Wat bedoelt Lodewijk met dinc in deze situatie? |
| 3 | Wat wordt door Ende nevenschikkend verbonden? |
| 3 | sonder spanen = .... Wat zou sonder sparen (Zie opm. 1c) betekend hebben? Welke lezing lijkt je hier het meest aannemelijk? |
| 4 | in = ... + ...; waens = ... + .... Waarnaar verwijst het tweede deel van waens? |
| 4 | Wat betekent het woord ombaren? |
| 5 | Is die .ij. deel de helft? (Zie Wdb. of tekst 5, r. 16/17) |
| 6 | Welk zinsdeel is v? |
| 6 | Waarnaar verwijst -t in salt? |
| 7/8 | Vertaal deze regels. |
| 9 | prouuen = .... |
| 9 | Beschouw je gemene als een bn of als een bw? Betekenis? |
| 12 | ter vaert = .... |
| 13 | Hoever strekt het object bij riep zich uit? |
| 13 | hem vermeten = .... |
| 14 | Kun je een verklaring geven voor het gebruik van de aanv. wijs? |
| 15/16 | Voor welk dialect zijn de vormen leift en heift kenmerkend? Zie je meer dial. kenmerken in dit fragment? |
| 16 | Wat wordt verbonden door het eerste deel van entie? Wat kun je opmerken over de betekenis van de leden van deze nevenschikkende groep? |
| 17 | Waarbij is deze regel een bepaling? Hoe is deze bepaling opgebouwd? |
| 18 | van meerder geslachte = .... Is het woord geslachte hier mann., vrouw. of onzijdig? Stemt dat overeen met de gegevens van het Wdb.? Wordt het woord sterk of zwak verbogen? |
| 2 | Is er verschil in betekenis tussen verhoert en ‘gehoord’? Welke betekenis heeft ver- hier? |
| 3 | In de prozatekst is sprake van u kinder. Welk (inhoudelijk) verschil constateer je t.o.v. de rijmtekst? Welke lezing lijkt je beter? (Vgl. de inleiding bij de tekst) |
| 5 | dat twe deel: Enkel- of meervoud? (Vgl. rijmtekst) |
| 6 | Waar hangt het verschil v (rijmtekst) - hem (proza) mee samen? |
| 6 | cortelic = ... |
| 8 | Wat zal nut sijn hier betekenen? |
| 11 | boongaert (rijmtekst) - boemgaert: Welk klankverschijnsel? |
(Als Renout de wedstrijd in het steenwerpen heeft gewonnen, is Lodewijk razend. Hij daagt Adelaert, een van de broers van Renout, uit tot een schaakwedstrijd. Ook deze wedstrijd verliest hij. Uit woede slaat hij Adelaert het schaakbord in het gezicht. Nu neemt Renout het niet langer en hij slaat Lodewijk dood. Dit is de aanleiding tot een jarenlange strijd tussen Karel en de Heemskinderen.)
| 21 | Vertaal deze regel. |
| 22 | balch komt van het ww .... Tot welke klasse behoort dit sterke ww? Is het trans., intrans. of wederk. gebruikt? |
| 23 | Waar eindigen de woorden van Aymijn (die hier beginnen)? |
| 22 t/m 26 | Vertaal deze regels. |
| 27 | sulc: Woordsoort? Betekenis? |
| 28 | wildi: Los de enclisis op. |
| 29 | Wat betekent het bw also? |
| 28/29 | In welke verhouding staan deze twee regels tot elkaar? |
| 30 | dat nes logene gene = .... |
| 31 | Ontleed deze zin in zinsdelen (ware, zie Wdb.: waer). |
| 32 | Vertaal met behulp van het Wdb. god sat hebdi. Wat valt je op aan de schrijfwijze van god sat? |
| 32 | Wat is de gramm. functie van grijs hont? |
| 34 | bevangen hebben = .... |
| 35 | moete = ...; inder waert = .... |
| 36 | Hoe is deze regel met het voorgaande verbonden? |
| 37 t/m 40 | Vertaal deze regels. |
| 22 | wort: Teg. of verl. tijd? |
| 22a | vermetel hangt samen met het ww.... |
| 22a | woirden: In welk dialect kan de lange o door oi worden weergegeven? |
| 22a | Is lange als een comparatief op te vatten? |
| 24 | dapper ende snel (rijmtekst) -sterc goet ende edel: Op welke eigenschappen heeft Lodewijk zich laten voorstaan? |
| 26 | Wat: Woordsoort? Hoe zou je de zin Wat - beroemen vertalen? |
| 27 t/m 29a | Vertaal: ic - daer toe. |
| 32 | met arren moede = .... Met welk ww hangt arre samen? |
| 33 | Hoe beoordeel je het gebruik van Du hier? |
| 33/34 | Du - lijf: Wordt hier hetzelfde gezegd als in het gedeelte god sat - baert van de rijmtekst (32 t/m 36)? |
| 37 | icx - ict (rijmtekst): Wat kun je over dit verschil opmerken? |
| 40 | Van welk ww is vergaet afkomstig? Welke vorm (persoon, getal, tijd en wijs) hebben we hier? |