576-678Vgl. Montaigne, Essais II, 5: Quiconque attend la peine, il la souffre; et quiconque l'a meritée, l'attend. La meschanceté fabrique des tourmens contre soy.
797des lyfs ontsleghen: ontslagen, verlost van het lichaam.
798wat wezens heeft van ons: nog in aard verwant is met ons, of: zich om ons bekommert. Dit laatste veronderstelt Michels. Hij verwijst naar de Zuidelijke dialecten. In de Meierij betekent de uitdrukking ‘wezen van iets hebben’, ergens verdriet van hebben, ergens zorg over hebben, ergens over in zitten. Gezelle, Loquela 581, hier ‘in’ i.p.v. ‘van’; zich beleghen: zich ertoe zetten.
839balstuurige geluck: wispelturige fortuin; batser: genit. afhankelijk van wat, bats: hard (oorspr. trots, brutaal, een woord uit Saks. streken, maar ook bij Bredero).
883de verweende: (door voorspoed) overmoedige, (Mnl. verweent: weelderig) meerv.; bet: des te beter; de smaack der droefheidt: de smaak van het leed.
885Zyn en des konings leedt: het leed (d.i. de hoon door de valse eed) hem en de koning aangedaan; dees': nl. de Hemel, te verbinden met heeft in vs. 887.