1003wilgh: vrijwillig; ruimen: het veld ruimen; zuivre myn' nóódweer van de smetten: make dat mijn zelfverdediging mij niet tot schande aangerekend wordt.
1004wie getróóst is: wie het waagt; zyn geluck by 't onz' op te zetten: zijn lot aan het onze te verbinden (beeld aan 't dobbelspel ontleend).
1005aan te gaan: te aanvaarden; neêr te slaan: zich neer te zetten, te vestigen.
1095ontgort en ongevlochten: met loshangend gewaad en losse haren, volgens primitieve opvattingen verhinderden knopen het doorstromen van de ‘macht’, Rom. vrouwen offerden ‘passis capillis’.