[p. 84]

IV [Van branden blinckt hy.] +  *


 

 Van branden blinckt hy.
 
 Van Minnaers daden claer 'tgherucht volmondich spreeckt,
 Wanneer der Minnen vlam een edel hart ontsteeckt
 Ardet et inde nitet.
 
 Non licet obscuro, nisi cùm perit, esse calori.
      Nemo, nisi ignotis notus, amanter amat.
 Amovr vaillant.
 
 Un flambeau allumé monstre alors sa lumiere
 Et qui aime c'est or qu'il a l'ame guerriere.
 +  a. daden claer: luisterrijke daden; 'tgherucht1636: Van branden blinkt zy.
 Van heldre daeden, dan 't gerucht volmondigh spreekt,
 Wanneer de minnevlam een edel hart ontsteekt.
b. Het brandt en daardoor straalt het.
 Nimmer mag een vuur, tenzij als 't uitsterft, donker zijn.
 Slechts wie uit onbekendheid zich bekend maakt, minnekundig mint.
c. Dappere liefde.
 Een flambouw vertoont eerst haar licht als zij aangestoken is,
 En wie liefheeft, bezit pas een krijgshaftig gemoed.


[p. 85]