[p. 86]
V [Ick buijgh en breeck niet.] + *
- Ick buijgh en breeck niet.
-
- Al verght de Min my veel door stadich ongheval,
- Hy moet my buyghen lang, eer hy my breken sal.
- Fero non frangor.
-
- Arcus ego facilis flecti non frangor Amoris:
- Non me, qui curvat, rumpere parvus amat.
- En endvrant on dvre.
-
- Comme l'Archer son Arc sans rompre, bande & tire
- Ainsi n'est surmonté l'Amant par le martyre.
|
+ a. de Min: Amor, Cupido; my: versta van mij; stadich ongheval: voortdurende tegenslag. b. Verdragen doe ik, breken niet.
- Ik, de Boog van Amor, makk'lijk buigbaar, ben onbreekbaar:
- 't Knaapje dat mij kromt, wenst geenszins mij te kraken.
c. Al verdragend, houdt men stand.
- Zoals de Boogschutter zijn Boog spant en schiet zonder hem te breken,
- Zo wordt de Minnaar door marteling niet overwonnen.
|