[p. 98]
XI [Zy blinckt, en doet al blincken.] + *
- Zy blinckt, en doet al blincken.
-
- Mijn Vrouwe blinckt, en set haer claerheyt and're by;
- 'Tis weerschijn van haer glans, licht'er yet goedts in my.
- Caetera splendida reddens.
-
- In speculum Sol effusus solet inde refundi.
- Aureus, in cujus lux cadit ista caput.
- Amovr n'a rien a soy.
-
- Amour est au miroir tout esgal ce me semble,
- Il prend d'ailleurs lueur & la redonne ensemble.
|
+ a. doet: doet het set ... by: laat anderen delen in haar glans; licht'er: als er oplicht 1636: Mê vrouwe ... andren by; licht yet wat goeds ... b. Al 't overige glans verlenend.
- De Zon die op een Spiegel valt, wordt steeds vandaar weerkaatst.
- In gouden glans staat hij op wie haar licht komt vallen.
c. Liefde heeft niets eigens.
- Liefde is, naar me voorkomt, de spiegel zeer gelijk:
- Van elders neemt zij glans en weerkaatst die tegelijk.
|