[p. 116]
XX [Deur valsch.] + *
- Deur valsch.
-
- O valsche Spieghel diep schijn ick in u te staen;
- Maer lietmen, tastmen wel, het isser ver van daen.
- Intime fallax.
-
- O fallax Speculum, tibi visus inesse profundo,
- Specto repercussus meque, meumque locum.
- Trompevr a tovtes restes.
-
- Madame est le Miroir. I'y semblois avoir place;
- Mais à bien y sonder i'en trouve nulle trace.
|
+ a. Deur: door en door; diep: is bijwoord bij schijn... te staen. b. Door en door bedrieglijk.
- O Spiegel, aartsbedrieglijk: schijn ik diep in u te schuilen,
- 'k Schouw, weerkaatst, mezelve slechts en op dezelfde plaats. (d.i. buiten u).
c. Niets dan bedrog.
- Mevrouw is de Spiegel. Ik leek er een plaats te hebben,
- Maar bij goed toezien, vind ik daarvan geen enkele spoor.
|