Bijlage 2De Straatsburgse bewerkingMet deze bewerking bedoelen we een kleine anthologie uit de Nederlandse liefdesemblematiek, bestaande uit 13 emblemen, waarvan er 11 afkomstig zijn uit de Emblemata amatoria: Elke pictura in de vorm van een ovaalvormig medaillon, omgeven door een telkens verschillend kader in een typisch barokke ornamentatie. Onder elke pictura is een Latijns motto met distichon en een Duits kwatrijn gegraveerd. 1
De vermelding van de drukker laat gemakkelijk toe het drukje in de tijd en in de ruimte te situeren. Jacob van der Heyden (Straatsburg 1593 - Brussel 1645) stamde uit een Mechelse kunstenaarsfamilie die omstreeks 1590 naar Straatsburg was uitgeweken. Hij was in die stad werkzaam als schilder, beeldhouwer, graveur, uitgever, drukker en boekverkoper. Zowel als graveur en als drukker-uitgever heeft hij aan verschillende embleembundels meegewerkt. 2 De serie liefdesemblemen wordt omstreeks 1620 gedateerd. Het laatste nummer is ontleend aan de Tronus Cupidinis van De Passe uit 1618. De bloemlezing is als volgt samengesteld. Als eerste embleem en als titelblad fungeert het 8e nummer uit Heinsius' Ambacht: ‘Amoris semen mirabile’. Dan volgen achtereenvolgens uit de bundel van Hooft, met overname van de motto's en de disticha van Plemp: Het slotembleem is, zoals gezegd, genomen uit Tronus, I, 10: ‘Quid amor quam vera palaestra’ (zie ook Thronus, D2v). |
1 M. Praz, o.c., 323. J. Landwehr, French, Italian, Spanish and Portuguese Books of Devices and Emblems 1534-1827. A Bibliography, Utrecht (1976), nr. 268. Het boekje is uiterst zeldzaam. De bekende bibliofiel Sir William Stirling Maxwell bezorgde er, op 25 exemplaren, een facsimile van in 1872.
2 Zie J. Landwehr, German Emblem Books 1531-1888. A Bibliography, Utrecht-Leiden (1972), nrs. 148, 150, 565, 567, 571, 573, 576, 577, 578, 579, 580 en U. Thieme und F. Becker (Hrsg.), Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler von der Antike bis zur Gegenwart, XVII, 17-19.
|
|
De volgorde van Hoofts Emblemata heeft Van der Heyden niet gerespecteerd, maar kennelijk niet zonder reden. Vooraan prijken drie sterre- of zonne-emblemen; de drie kooi-prenten werden samengeplaatst, evenals de emblemen die een verwijt tegen de geliefde inhouden (10, 11, 12). Het is boeiend vast te stellen hoe in deze wat rudimentaire en minder gedetailleerde natekeningen steeds de significante elementen uit de achtergrond zijn opgenomen. Zelfs het zwanenpaartje uit embl. XXI ontbreekt niet. Een uitzondering vormt de bukseboom van embl. XXV: die blijft in plaat 12 afwezig.
De Duitse kwatrijnen bij de Emblemata amatoria luiden als volgt:
|