|
|
Regelnummers proza laten
vervallen | |
| | | |
P.C. Hooft
Granida
Spel
| | | |
Inhoudt
1 Granida eenige dochter, en erf-Princesse van Persia, op de1 2 jacht afgedwaelt van haren sleep, comt ter plaetsen daer sij2 3 Daifilo harder met Dorilea, die hij op minne vervolcht, vindt3 4 coutende; dewelcke haer niet en cunnende onderrechten van4 5 het spoor der voorgereden jaegers, van haer gevraecht worden5 6 nae eenige fonteijne om den dorst te lesschen. Daifilo biedt6 7 de Princesse te drinken uit een schulp met soo heussche gene- 8 genheit, dat deselve, gehulpen van soo weltepasse dienst,7-8 9 oock nae haer verscheiden van daer, der Prinssesse welgeval- 10 lende naulijx uit den sinne gaet.*1 Daifilo, ter ander sijden, 11 besluit sich ten hove te begeven om de tegenwoordicheit, en 12 diensten wille van soo waerdige Prinssesse.*2
13 Daifilo, sich gegeven hebbende in dienst van Tisiphernes, 14 op hoope dat die als een Prinsse van groote verdienste bij de 15 croon van Persia, becomende het huwelijck van Granida,*3 hij15 16 door dat middel aen haeren dienst mocht geraken, quijt hem16 17 soo dat sijn heer hem grootlijx vertrouwende, hem seijndt16-17 18 aen de Princesse, om haer jonste te hebben int eindelijck ver-17-18 19 soeck, dat hij nae soo lang vervolch om haer ging doen aen19 20 haeren vader;*4 alwaer hij ontseit wort van sijn tegenvrijer20 21 Ostrobas, soone van den coning der Parthen, tegens de welcke 22 hij aenneemt des anderen daechs te vechten. De Prinssesse 23 soo becommert over 't aenstaende huwelijck, als beweecht23 24 door het nieu sien van Daifilo, comt dien avond aen de ven- 25 ster, op geluck oft eenige passerende musijcke haer quellage 26 wat versachten mochte, onder de welcke sij, door 't glas siende26 27 sonder gesien te wesen, hem passeren en hoorende versuchten, 28 neemt het selve op voor teken van waerachtige liefde, haer daer- 29 omme beclagende over d'ongelijckheit der staten des werelts.29
| | | |
30 Daifilo verclaert aen sijn heer sijn liefde, en d'oorsake waer- 31 om hij in sijnen dienst gecomen is, hem biddende te lijden 32 dat hij in sijn stede, en met sijn wapenen bedeckt, tegens den 33 Parth moge strijden,*5 tot het welcke hij hem met redenen be- 35 weecht. Daifilo verwint en verslaet Ostrobas. Tisiphernes be-35 36 sluit des anderen daechs de Princesse te besoecken: maer Dai- 37 filo, noch dien avondt onder haer venster passerende, wort 38 door haer bevel geroepen van haer voedster. Sij ontdecken38 39 elckander haer onderlinge liefde. Granida seyt gereedt om38-39 40 met hem te vertrecken, en een harderinnen staet getroost te 41 sijn: welcke aenbiedinge hij, nae dat hij haer de swaericheden 42 van sulx voor gehouden heeft, en verstaen de selve van haer al 43 te vooren overwogen te sijn, met groote danckbaerheit aen- 44 neemt.*6
45 De voedster van Granida, op haer sijde gewonnen sijnde,45 46 comt verclaren voor den Coning, ende Tisiphernes, dat de 47 Princesse, met groot spoock, voor eenen Godt geschaeckt is.47 48 Tisiphernes, siende op 't schoonste sijn hoop te leur gestelt, is48 49 om rasende te worden. Maer Daifilo, die haestich ten hoof48-49 50 wedergekeert was om quaet vermoeden voor te comen, hem 51 onderrechtende doet sijn gemoet wat bedaeren.*7 Hij noch-51 52 tans, walgende van de werelt, besluit met luttel geselschaps 53 voortaen door 't landt te reisen, en verclaerende Daifilo waer- 54 achtige verwinner van Ostrobas te wesen, levert hem sijnen 55 staet over, dewelcke hij eerbiedelijck weigerende belooft gae- 56 de te slaen, totter tijt toe, dat 's Prinssen gemoet wat besae- 57dighe.*8
| | | |
58 De geest van Ostrobas verschijnt aen sijnen vriendt Arta-58 59 banus, die met hem in Persia was gecoomen, hem opstutsende,59 60 om wrake te nemen op Daifilo, dewelcke den eersten mor- 61 genstondt op 't landt met de Prinssesse sprekende, van hem 62 en sijn volck, beijde gevangen worden om opgeoffert te sijn61-62 63 aan het graf van Ostrobas. Maer Daifilo, siende d'overlast 64 van banden diemen de Prinssesse aendede, breeckt de sijne, 65 te weere rakende tegens sijn vianden;*9 op welck gerucht Tisi- 66 phernes, die bij geval niet verre van daer sijnen wech volchde,66 67 de gelieven comt ontsetten, dewelcke bekent sijnde, beclagen 68 haer deerlijck dat d'eene ramp d'ander jagende, het Geluck 69 wel hardneckelijck scheen besloten te sijn tot haer bederf.*10 70 Maer d'eedelhartighe Prinsse, in plaets van hem tegens haer70 71 te verbitteren, verwondert sich over haer selsaeme liefde, en71 72 gebiedende haer goeden moedt te hebben, belooft en vercrijcht 73 haer haeren soen van den Coning, diese beijde met blijen73 74 wellecoom onthaelende te saemen huwt.
|
1dochter... Persia: dochter en troonopvolgster van de koning van Perzië
3Daifilo harder: de herder Daifilo
op minne: met de hoop op een vrijage
4coutende: pratende
dewelcke: die (Daifilo en Dorilea)
5voorgereden: vooruitgereden
van haer: door Granida
7-8heussche genegenheit: beleefde vriendelijkheid
*1dat...gaet: dat deze vriendelijke bereidwilligheid, die Daifilo precies op het goede moment toonde, de prinses ook na haar vertrek goed beviel en nauwelijks uit haar gedachten was.
*2om... Prinssesse: om in de nabijheid van een zo edele prinses te kunnen zijn en haar te dienen.
*3op... Granida: in de hoop dat Tisiphernes, omdat hij bij de Perzische kroon als zeer verdienstelijk prins gold, met Granida zou trouwen.
16-17quijt... soo: spant zich zo in
sijn heer: Tisiphernes
17-18seijndt aen: zendt naar
*4om... vader: om haar gunst te verwerven bij het definitieve huwelijksaanzoek dat hij (T.), na zulke langdurige inspanningen om haar te verwerven, bij haar vader ging doen.
23soo [...] als: evenzeer [...] als
26mochte: zou kunnen
onder de welcke: onder het venster
29d'ongelijckheit... werelts: de standsverschillen in de wereld
*5Daifilo... strijden: Daifilo vertelt Tisiphernes van zijn liefde en de oorzaak voor zijn indiensttreding bij hem. Hij (D.) vraagt hem (T.) toe te staan dat hij in Tisiphernes' plaats en in diens wapenrusting tegen de Parth strijdt.
35verwint en verslaet: overwint en doodt
38-39Sij... liefde: ze bekennen elkaar hun liefde
*6Granida... aenneemt: Granida toont zich bereid om met hem te vertrekken en zegt tevreden te zijn met de status van herderin. Dit aanbod neemt Daifilo met grote dankbaarheid aan, nadat hij haar de moeilijkheden ervan voorgehouden heeft, en begrepen heeft dat zij die al van tevoren overwogen had.
45op... sijnde: naar hun zijde overgehaald
47met... spoock: met veel geheimzinnige gebeurtenissen
voor eenen Godt: om te trouwen met een god
48op 't schoonste: toen alles zo mooi leek
48-49is... worden: wordt bijna krankzinnig
*7Maer... bedaeren: Maar Daifilo, die snel naar het hof teruggekeerd was om verdenking van zijn betrokkenheid te voorkomen, brengt hem (T.) met verstandige woorden enigszins tot bezinning.
*8verclaerende... besaedighe: met de verklaring dat Daifilo de echte overwinnaar van Ostrobas is, schenkt Tisiphernes hem zijn ambt en rang, die hij (D.) eerbiedig weigert, maar wel belooft waar te nemen tot Tisiphernes wat tot rust gekomen is.
59opstutsende: opstokende
61-62van... volck: door Artabanus en zijn gevolg
*9Maer... vianden: Maar Daifilo, die ziet hoezeer de prinses gekweld wordt door haar boeien, verbreekt de zijne en raakt slaags met zijn vijanden.
*10dewelcke... bederf: die (D. en G.), eenmaal herkend, zich vreselijk beklagen dat het lot zeer hardnekkig tot hun ondergang besloten leek te hebben, omdat de ene ramp onmiddellijk op de andere volgde.
70d'eedelhartighe Prinsse: nl. Tisiphernes
haer: hen (D. en G.)
73haeren soen van: hun verzoening met
diese beijde: die hen beiden
|
|