terug  begin  verder

[p. 20]

370 A Monsieur Monsr Joost Baek, bij 't oudemannenhujs, in No 3. tot Amsterdam.

(Baek: Muyden 1630 1 Augustj beantw 5 ditto -)

Loont.

 

1 Monsr mon frere,

 

2 Gisteren heb ick geschreven, te lange misschien voor U E, te kort 3 voor mij. Want vergeten heb te zeggen dat Jan de Bok mij3 4 bescheit ujt Brussel brengt, hoe de wentelende lessenaers daer4 5 gemaekt worden bij eenen schrijnwerker, die vande grootste on-5 6 trent vijftigh guldens neemt. Voor dat geldt kanmen al vrij wat 7 lessen ujt goede boeken, hier te lande hebben, ick laet lessenaers7 8 staen. Derhalven zal mij groote gunst zijn, dat ick op 't aller- 9 spoedighst weten moghe, hoe die van Lejden gemaekt is, ende voor 10 wat prijs men der zoo eenen hebben kan. Want zoo mij die niet en 11 voldoet, zal echter aende kostelijke Brabandsche moeten: alzoo11 12 mij geene andere daer bij te gelijken dunken. Moght ick met eenen 13 de tekening oft schetz daer af op papier zien, dat zoude mij 14 verzekeren, oft het een maxel waere. Want het is quaedt een' kat in14 15 een zak te koopen. Hier heeft UE ijet ujt Tacitus. Weet niet oft het 16 smaken zal: maer dit wel dat het in mijnen zin beter aerdt hebben16 17 zoude als ick den Latijnschen rok niet alleen ververwen, maar ook17 18 het Duitsche maxel geven moght. Niettemin kan wel bezeffen dat18 19 UE op deze manier d'invallen vanden schrijver juister vatten zal. 20 Ende dit werk is voor geene anderen, 't en waere ijemanden in 't 21 heimelijk, ende onder verzekering dat het nojt den dagh zien 22 zoude; immers niet met mijnen naem in 't aenzicht.22

23 God zij met UE ende alle de zijne, aende welke

24 Monsr mon frere, zich dienstelijk gebiedt,

25 U E

26 Gansdienstwe broeder

27 P C Hóóft.

28 Ujt mijn Toorentjen,

29 j Aug. 1630.

 

Aankoop van een lessenaar. - De moeilijkheid van het vertalen van Tacitus, als

[p. 21]

men zich geen vrijheid mag veroorloven. De vertaling is uitsluitend voor Baak bestemd.

Origineel. UBA II C 13.170.
3Jan de Bok: een zaakwaarnemer die herhaaldelijk naar de Zuidelijke gewesten reisde, vgl. 500, 517.
4vVl. tekent hierbij aan, dat de Bibliotheca Thysiana te Leiden er een bezat (1856).
5van: voor.
7ick...staen: gezwegen nog van lessenaars.
11echter: toch; kostelijk: duur.
14een: hetzelfde; maxel: patroon.
16beter aerdt hebben: een juistere vorm hebben (WNT aard Suppl. 237 4).
17den Latijnschen...moght: als ik het Latijn niet alleen (letterlijk) vertalen, maar in Nederlands idioom overbrengen mocht.
18Niettemin enz.: Baak kende weinig Latijn en trachtte uit Hooft's letterlijke vertaling dat idioom en de gedachtengangen van Tacitus te leren kennen.
22immers niet: althans niet; in 't aenzicht: op de titel.

terug  begin  verder