terug  begin  verder

[p. 22]

371 A Monsr Monsieur Joost Baek, bij 't oude-mannenhujs, in No 3. tot Amsterdam.

Loont.

 

1 Monsr mon frere,

 

2 De voorspoedt der Franchoizen op de grenzen van Italien verhief 3 mij ook het hart tot halfweghe den hemel. Maer komende tot het 4 overrompelen van Mantua toe, voelde den slagh van die petards op4 5 de borst, ende docht het mij wel een droom te zijn. Noch kan 6 mij quaelijk inbeelden dattet ernst is. Een stadt daer haer Prins 7 binnen is, met zoo veel vo<l>ks en voorraeds, daer zijn gloorij, 8 staet ende leven aen hangt, die belegert is ende gewoon daeghelijx 9 den vijant onder de vesten te hebben, te bekrujpen, twee petards9 10 aen haer' poorten te klampen, ende dat bij een' zoomersche nacht, 11 juist d'opening grootgenoegh te maken, geen wolfskujlen te11 12 vinden, daer in te bersten, zonder gekeert te werden, spoedigh12 13 gevolght te werden van noodighe meenighte krijsvolx, dat, naer 14 allen schijn, daer nae bij, zich niet heeft konnen verborghen hou- 15 den, willende de reden ende wijze vanden oorlogh daer zoo lange15 16 gedujrt hebbende, dat alle gebouw ende geboomte, een goedt 17 stuk in 't ronde zij ujtgerooijt, dunkt mij voorwaer een droom; 18 ende zoo 't vervolght, zeg datter een waeghen met tejrlingen18 19 omgevallen is, alle met ses ooghen boven; ende de fortujn der19 20 oorlooghe zoo wiltwaeijigh, datter geen gissing ter werelt op te 21 maken is. Veele zouden zeggen datter 't spel mede ujt waer, ende 22 mij dunkt dat deze sprong het eindt deszelven verre jae tot ujt den 23 gezichte toe, doet aerzelen.23

24 De loopmaeren met een versch blad ujt Tacitus zijn hiermede24 25 gescheept. Ende is mij lief dat UE het zoo verre gebraght heeft met 26 afschrijven: verwachtende alle de stukken alsse gereedt zullen zijn. 27 De onleesbaere woorden moet ick dan zelfs ten besten helpen,27 28 konnende quaelijk overkoomen om de vergelijking te doen.28 29 Evenwel zal daer toe gedrongen zijn, 't en zij Claes de Metselaer29 30 mij bezoekt, om 't werk nader t'overleggen ende te besteden.30 31 'T welk ick UE bidde hem driftelijk te verzoeken ende mij31 32 antwoort te doen hebben, blijvende ondertussen den almoghenden 33 bevolen,

[p. 23]

34 Monsr mon frere, ende hartlijk gegroet van

 

35 U E

36 Gansdienstwen broeder

37 P C Hóóft.

38 In haeste, ujt mijn Toorentjen,

39 den 5en Aug. 1630.

 

Verrassing van Mantua. - Lopende zaken. Vgl. 356, 372, 373, 374, 398, 400, 403, 417.

Origineel. UBA CLXXIab. 50.
Hs. watervlek.
4Gallas bestormde Mantua 18 juli 1630; petards: mijnen, springbussen.
9onder de vesten: voor de wallen.
11wolfskujlen: toegedekte kuilen, waarin een spitse paal naar boven wijst, de toenmalige landmijnen.
12daer in te bersten: naar binnen te stormen (nadruk op in).
15reden en wijze: theorie en praktijk.
18vervolght: doorgaat; tejrlingen: dobbelstenen.
19ende (dat) de fortuin...wiltwaeijigh (is): dat het krijgsgeluk zo grillig (U.W. IV 368) is.
23aerzelen: achterwaarts gaan, nl. naar de toekomst.
24zijn hiermede gescheept: gaan hierbij, zijn hierbij ingesloten.
27zelfs: zelf; ten besten helpen: verbeteren, in orde maken.
28vergelijking: (purisme voor) collatie.
29gedrongen: gedwongen; Claes de metselaer, zie 372 e.v.
30besteden: opdragen.
31driftelijk: krachtig, voortvarend (van drift WNT 3332 B 2; de vermelding van deze plaats onder driftig 3340 Afl. lijkt twijfelachtig).

terug  begin  verder