terug  begin  verder

[p. 84]

398 A Monsieur, Monsr Joost Baak, bij 't ouwdemannenhujs, in No 3. tot Amsterdam.

(Baak: Nataneel ondermark bij Jacques bourss. tot 8 1/4 gl. thond. Iser. beantw 3 october 1630-)

Loont.

 

1 Monsr et frere,

 

2 De tijdingen van eergisteren maekten mij zoo toghtigh nae2 3 't vervolgh, dat ick, de veerschujt door onweder met mijne brieven 4 terug gedreven zijnde, eenen bode met dezelve afvejrdighde, om 5 aen naeder bescheidt te geraken. 'T welk niet gebeurende, maekte5 6 geen' andere reke als dat UE heden met den H. Reael hier zoude 7 verscheenen hebben: tot dat het quaedt weeder dezen morghen 8 opgesteken, ons van dat geluk deed wanhoopen. Worde echter 9 verzekert van den voors bode, dat hij zich in 't bestellen vanden 10 mijnen gequeten heeft. Aen mon frere Bartholot had ick ten zelven 11 einde geschreven, die ten ooren toe in zijn werk stekende niet wel 12 en bezefte dat mijn man op dat stuk, stip afgezonden was, gelijk hij12 13 heden verwittight bij zekeren anderen daer toe herwaerts geschikt: 14 wijders meldende, dat geloofweirdighe lujden ujt Venetien 15 schrijven hoe de Markgraef Spinola, als bujten levens hoope zijn 16 olijssel ontvangen had: dat zijne ujterste krankheit over Antwerpen 17 verzekert wort; ende ujt Paris zijn overlijden, als geschiedt den 18 12en dezer. Hij voeght daer bij, het schorssen vande reize des 19 Hartoghen van Fridlant nae 's Caizars Hof, ende andere om-19 20 standigheden ujt dien hoek, die de mare aenneemelijker maken. 21 Maer had noch niet met allen vanden Secretaris des Franschen21 22 Ambassadeurs, nochte de belemmering der Spaensche wisselen,22 23 't welk 't voorneemste punt is. Zeidt ook dat d'Engelschen inden 24 Haeghe staende houden den val van Casal: mitsgaeders dat van 25 andere oorden komt het slujten der stilstant van waepenen; daer hij 26 lettel geloofs in stelt. Zoo doet ook mijne gissinge; die dat voor 27 een konstenarje houdt van de Oostenrijksche, om dien van hunne27 28 parthije 't hart inden bozem te houden, gelijk met het stofferen28 29 vanden rijkdoom der Indische vloote gepleeght is. Want een29 30 bestandt, in zoo verwarden staet van zaeken te raemen, veele voeten30 31 inde aerde heeft, ende zoude mijns bedunkens, dien van Casal te 32 schaedelijk in hunne lijftoght zijn, die in twee maenden dapper32

[p. 85]

33 minderen zoude. 'T beleg van Montmelian moest 'er ook grootelijx33 34 bij verachteren. Doch ist quaedt hier te weeten, waer den Fransman34 35 aldaer de schoe wringt. De Hartogh van Lerma zoude in 't bewint 36 van Spinola gestelt worden: de Caisar t'onvreden zijn op den 37 Cheurvorst van Saxen, om dat hij weighert tot Reghensburgh ter 38 daghvaert te komen. Wat van alles zij hoope UE morghen naeder38 39 vernemen zal, ende UE bezigheit zoo veel tijds ujtpijnighen, door39 40 dwang der gewoonlijke geneghenheit, dat ick daer deel aen 41 krijghe.

42 De H. Huighens zeide mij ter vlucht tot Naerden, dat hij mij door 43 UE had doen aenbieden zijnen Connestaggio. 'T welk UE zal43 44 vergeten zijn oft immers mij. Dies schrijve daerom, ende om eenen44 45 Justiniani, die inden Haeghe genoegh nae zijn Ed. zeggen te koop is.45 46 UE kan den brief lezen ende daer nae gesloten voorts schikken: 47 alzoo ick achte UE niet onaengenaem zal zijn te zien, met wat 48 soorte van boersche siere wij gedacht hadden zijn' Vorstl. Doorl. 49 te onthaelen, en had het de tijdt niet benijdt.

50 Claes van Delft zandt heden hier eenen man om te vernemen oft50 51 zijn kalk ende steen van Ujtrecht aengekomen was, maer hebben51 52 geene gekreghen: het welk, nevens 't quaedt weder mij duchten 53 doet, voor 't lange touw: ujtgezeit dat wij ons op UE vlijt verlaten,53 54 die hem zal voortpresten. Te meer dewijl mij zeer ongeleghen54 55 komt hier lange te verblijven. Kon UE ujtvorssen, wat ter 56 vergaderinge van de HH Staten van Hollandt zoo in kerkelijke als 57 weirlijke stoffe omgaet het zoude mij welkoom wezen. De H. Reael57 58 aen wiens Ed. Gestr. mij gebiede, zal misschien geene swarigheit 59 maken van UE de punten van beschrijvinge te openbaeren, die 60 men weeten magh. Wat ook tot Amsterdam zich toedraeght in 61 gelijke zaken waer mij lief te hooren: ende daernevens weder te 62 hebben het dubbelt van 't verhael van Montmelian. D'eerste62 63 schoone dagh daerentussen belooft ons UE overkoomste met zijn 64 Ed. Gestr. op welke hoope, wil UE met alle die haer lief zijn in 65 schut des allerhooghsten bevelen, nevens dank, dienst ende 66 eerbiedenis,

67 Monsr et frere, van

68 U E

69 Gansdienstwen Broeder

70 P C Hóóft.

[p. 86]

71 In haeste, vanden Ht

72 Mujden, 29 Sep. 1630.

 

73 Ist UE moghelijk zekerheit te bekomen van 't verdragh tussen den 74 Hartogh van Nieuwburgh ende den Markgraef van Brandenburgh,74 75 het waere mij gewenscht.

76 De leidekker heeft hier gister eenen knecht gehadt, ende 't dak 77 afgebroken, dat het nodighste werk was. Hier bij gaet een horn ujt 78 Tacitus, waer in bij verzinning in 't schrijven een' zijde van een half78 79 vel overgeslaeghen is ende ledigh gerekent moet werden. 'T laest is 80 wat kribbigh gevallen, gelijk de stoffen van den heidenschen gods-80 81 dienst gewoon zijn: maer slaet zeer op 't geen wij t' onzen tijden81 82 gezien hebben in 't afschaffen der bedelarije, 't welk 't graeuw zeer 83 quaelijk verdraeghen kon, zich ujt godvruchtigheit daer tegens83 84 kantende.

 

Over de nieuwmaren en de verbouwing.

Origineel. UBA II C 13.150.
2toghtigh: driftig verlangend.
5maekte...reke: trok (ik) geen andere conclusie.
12op dat stuk, stip: expres met die bedoeling.
19de Hartoghe van Fridlant: Wallenstein.
21had...allen: ik wist nog hoegenaamd niets.
22de belemmering, vgl. 402.
27konstenarje: kunst, list (vgl. inl. blz. 52); Oostenrijksche (parthije).
28't hart in den bozem houden: moed te doen houden; stofferen: opsmukken (WNT stoffeeren 1804).
29Indische: Westindische.
30een bestandt raemen; een wapenstilstand door overleg tot stand brengen.
32twee maenden: zo lang zou het bestand blijkbaar duren.
33beleg, nl. door de Fransen.
34verachteren: achteruitgaan; quaedt: moeilijk.
38daghvaert: vergadering (hier: van Keurvorsten); ‘Wat van alles zij’ is obj. zin bij ‘Hoope’ en subj. zin bij ‘(zal) ujtpijnighen’.
39ujtpijnighen: afdwingen.
43Connestaggio, vgl. 353.
44oft immers mij (zal vergeten zijn) (Mnl. Wdb. vergeten 1756 III Onpers.).
45Justiniani, vgl. 353.
50Claes van Delft: C. de metselaar.
51benijdt: misgund.
53't lange touw zoeken: de dingen op de lange baan schuiven.
54voortpresten: voortdrijven.
57weirlijke: wereldlijke.
62dubbelt: afschrift.
74Brandenburg en Palts-Neuburg bevestigden het voorlopig verdrag van Xanten van 1614, waardoor een eind gekomen was aan de Kleefs-Gulikse successieoorlog. Brandenburg kreeg Kleef, Mark en Ravensberg. Palts-Neuburg kreeg Gulik en Berg.
78verzinning: vergissing.
80kribbigh: kriebelig, te vergelijken met Tesselschade's ‘krivelich’ in 555 r. 12. Niet in de woordenboeken; de stoffen...godsdienst: supplicationum dies...; dona Iovi (Tacitus annales II, 32, 2.
81maer slaet...hebben: wschl. multa in luxum civitatis dicta (id. 33,1): ‘hij ziet een parallel in enerzijds de tegenkanting van 't grauw in zijn eigen dagen tegen 't afschaffen van de bedelarij en anderzijds de tegenkanting tegen inperking van de overdaad in Tiberius' tijd, beide zogenaamd uit motieven van godvruchtighheid, maar in feite uit eigenbelang’ (D.K. Fzn.).
Hooft's voorafgaande brieven bevatten aanwijzingen dat hij met de vertaling tot hier gevorderd was.
t' onzen tijden: op 4 maart 1630 hadden de Staten van Holland een plakkaat van 19 maart 1619 vernieuwd tegen bedelaars, vagebonden en bedelarij (12 mei 1649 zou het weer vernieuwd worden, vgl. Groot Placaet-boeck I, 's-Gravenhage 1658, 485-492).
83zich...kantende: het geven van aalmoezen, de weldadigheid in 't algemeen, was een heilige christenplicht. De bedelaar geeft de rijke gelegenheid deze te vervullen. Maar naast de echte armen bestonden wie tegenwoordig met de term ‘beroepsarmen’ zouden worden aangeduid en deze soort nam in de 17de eeuw door verschillende oorzaken in aantal en wangedrag toe. Hooft denkt aan dit ‘graeuw’, dat zich op het godgevallige van het aalmoezengeven evengoed maar met veel minder recht beriep als de echte armen*).
*)Meded. van drs. S. Groenveld te Hoofddorp

terug  begin  verder