406 Eerentfeste, voorziene seer discrete Heere Joost Baack. Coopman T Amsteldam.
P.
1 Mijn Heer;
2 Dewijl sich U.E. beleeftheit opde Poste geleght heeft tuschen hier2 3 en Muijden, soo laet dit paer vreemdelingen een' ure bij haer3 4 peisteren. De He Hóóft, die 't soo geschickt hadde, staet borghe4 5 voor 'tgoed onthael. Dat het mij onlanx niet en heeft gebeuren5 6 moghen, is een der dagelicksche ongelucken van mijn geluck6 7 geweest. Sij gaen voorde sweep, die 't hof toe behooren: behalven7 8 dat ten selven tijde U.E. elders te verschijnen hadd. Bijde naeste8 9 gelegentheid hope ick mij dier schade te wreken, ende U.E.9
10 mondeling te moghen versekeren dat ick ben
11 Mijn Heer;
12 U.E. dienstwe vrund
13 C Huygens.
14 's Gravenhage, den
15 8en Octob. 1630.
16 In 't pacquet aenden He Hooft, is ijet Latijnsch, van mijn jongste16 17 droomen. Ick hadd het ongesegelt gelaten, als U.E. daermede17 18 vermaeckt hadde konnen werden.
Huygens zendt, volgens Hooft's aanwijzing, aan Baak de voor Hooft bestemde exemplaren van Conestaggio en Giustiniani en drukt zijn spijt uit over de mislukte ontmoeting tussen Baak en hem. Een gedicht (Laura latroni) zou hij open hebben ingesloten als Baak daar genoegen aan had kunnen beleven (zelf-kleinering).