terug  begin  verder

[p. 47]

915 Edn Gestrengen, hooghgeleerden, welwijzen, zeer voorzienighen Heere, Mijnen Heere Joachim van Wikkevoort, Ridder, tot Paris

(v. Wick.: a Paris 9e Juin 1638 M. le Drossart Hooft.)

1Mijn' Heere,

 

2Een' welblijde tijding is mij geweest, die van Uwer Ed. Gestr. 3 aenkoomste tot Paris, met zulk een geluk als ik haer wensch op de 4 voorder rejze. De redenen, laest tussen ons gevallen, zullen, acht ik,4 5 Uwer Ed. Gestr. wel indachtigh zijn. Volghens haer goeddunken 6 van alstoen, zejnd ik nu, hier bij, de vejrsen van den Heere Barlaeus6 7 in Latijn, ende van den Heere van Zujlekom in Franchojs, op 8 mijnen Henrik De Groot: oft zij misschien te passe quaemen, om8 9 mijnen ijver, in 't verbreiden der gloorije van dien koning, ijetwes 10 te doen gelden tot vordering van gunst in dat hof. Zij zijn onge-1011drukt gebleeven voor aen 't boek, om dat mij zulke tentoonstelling 12 van ejghen lof, hoewel zij door de gewoonte verschoont wort, 13 altijds wat wanvoeghlijk gedocht heeft. Zoo uwe Ed. Gestr. raed-1314zaem oordeelt, dat ik een oft twee der voorzejde boeken derwaerts 15 zejnde; ik zal 't doen te waeter, over Rouen. Maer de eerste druk is15 16 schoonder, ende in grooter form; de tweede al te slecht; de laeste in16 17 kleender letter en form, doch wat dujdtlijker gestelt, ende vermeer-18dert. Derhalven gelieve Uwer Ed. gestr. in zulken gevalle, mij te 19 verwittighen, wat soorte daer dienstighst zal wezen. 'T is wel waer, 20 dat zeer weinigh Franchojzen onze tael verstaen: niettemin, hunne 21 boekerijen worden ook door Ujtheemschen bezightight; ende21 22 schijnt niet heel onnut voor dien Landtaerdt, dat de Eere huns22 23 konings ook door vreemden wort uitgedraeghen. Wijders, naerdien23 24 ik door den Heere Vander Mijle bericht ben, dat brieven van 25 Ridderschap enkelijk den geene, dien zij verleent worden, tot zoo25 26 verre toe dienen; zonder hem ende zijn' naekoomelingen edel te 27 maeken; zoo zoud' ik wel wenschen, dat zij ujtdrukkelijk inhielden, 28 dat niet alleen de eere van Ridderschap mij, maer ook de waerdig-29heit van edeldoom mij ende mijnen naekoomelingen vergunt wert.29 30 Der kosten, hierom te doen, zal ik mij gejrne getroosten, biddende30 31 Uwe Ed. gestr. mij dit aenmoeijen ten beste af te neemen; 't welk31 32 een knoop te meer zal zijn aen de banden der eeuwighe verplich-

[p. 48]

33tinge, waermede uwer Ed. gestr. overvoldoende heushejt gekeetent 34 heeft,

35Mijn' Heere,

 

36Uwer Ed. Gestr.

37Onderdaensten, toegedaensten

38dienaer ende neef,

39P C Hóóft.

37Ujt Amsterdam, den

3827en in Bloejmaent,

39des jaers 1638.

 

Joachim van Wickevoort (Wicquefort, Viquefort, enz., bij Hooft Wikkevoort), in 471 terloops genoemd, helpt Hooft via zijn broer Abraham te Parijs bij het verwerven van het ridderschap enz. Hij blijft daarna een zeer trouw correspondent, zoals hij al jaren was van Barlaeus. Hij was eerst zijdekoopman in de Warmoesstraat, daarna diplomaat: agent van Saksen-Weimar, daarna Hessen. Volgens de Allgemeine Deutsche Biographie in voce was hij een uitermate geletterd man, met geleerde Duitse juristen verwant. Uit zijn huwelijk met Anna Bosschart (door Hooft doorgaans met prosternatie maar nooit bij name genoemd) schijnt hij geen kinderen gehad te hebben. Hij was volgens genoemde bron ijverig Luthers.

Als Hooft iemand ‘neef’ noemt, is het een bloedverwant of echtgenoot van een bloedverwant, van hemzelf, van Christina van Erp, van Leonora Hellemans of van Jan-Baptist Bartolotti. De verwantschap met Joachim van Wickevoort loopt over zijn vrouw Anna Bosschart en Leonora:

Cornelis de Renialme (500 en U.d.M. 47), tr. Maria van den Cruyce. Hiervan o.a.: 1 Francina de Renialme, tr. Andries Snellinck. Hiervan o.a.: a Catharina Snellinck, tr. 1593 Diederick Bosschart, laken- en tiereteinkoper te Hamburg. Hiervan o.a.: Anna Bosschart, tr. 1623 Joachim van Wickevoort. b Karel (Carlo) Snellinck, de bij 2 genoemde schoonzoon van Hooft's gastheer te Venetië Francesco Vriendt. 2 Maria de Renialme, tr. Jacob Tasso. Hiervan wschl. ‘neef Tas’, (500 507 509). 3 Lanceloot de Renialme, tr. 1574 Maria de Cordes. Hiervan o.a. Jan Carel de Renialme = Jan Carel de Cordes (500 503 507 509 510 517 525). 4 Geertruid de Renialme, tr. Gaspar van Surck. Hiervan o.a. Susanna van Surck, tr. 1583 Arnout Hellemans. Hiervan o.a. Leonora Hellemans, tr. P.C. Hooft.

Zie voor Bosschart 1182 N.B.

Origineel. UBL Pap. 13. - Minuut UBA II C 11.925.
4De redenen...zijn: U zult zich ons laatste gesprek zeker wel herinneren.
6vejrsen: lofdichten, nl. Barlaeus' Ad magnificum virum D. Petrum C. Hooft etc. (‘Scriptor stupende’) en Huygens' Sur la vie de Henri le Grand, vgl. de verhandeling hierover in de Derde Afdeling van P. Tuynman's proefschrift Bijdragen tot de P.C. Hooft-filologie (met Aant. 381 e.v.) Amsterdam 1973.
8oft: met het oog op de vraag of.
10gelden: waard zijn, meetellen; vordering: vermeerdering.
13wanvoeghlijk: ongepast.
15de eerste druk enz. vgl. 908.
16in grooter form: in folio, vgl. 950 en Leendertz' Bibliographie no 115-117.
21bezightight: geraadpleegd (WNT bezichtigen 2464 4); ende (het) schijnt.
22Landaerdt: natie.
23uitgedraeghen: verbreid, verkondigd.
25tot zoo verre toe, nl. hem de persoonlijke titel van ridder te verschaffen.
29vergunt: verleend.
30zich getroosten + gen.: zich gelaten schikken in (WNT getroosten 1854 1).
31dit aenmoeijen: dit lastigvallen (met een verzoek).
ten beste afneemen: ten goede houden.

terug  begin  verder