1Mijne Heere,
2Uit zorge dat de voorige koelte moght' Uwer E. hebben doen2 3 doorwaaijen de gedachtenis van den tijdt, wanneer wij hier de 4 Joffrouwen Tesselscha en Francisca verwachten, laat ik dit blad 5 overwaaijen, om Uwer E. in te luisteren, dat Muide, op dezen5 6 avondt, oft morgen ten langste, de Meereminnen meint te zien, die6 7 't meer geluks zullen toezingen, dan de aalouwde, daar men 't7 8 sprookjen af vertelt. Wij bidden dan wederom, ten vuurighste, 9 UE. gezuiverde ooren op dat paar klaare keelen te gaste; ende te9 10 bruiloft op het huwelijk, dat zij tussen haare ende der snaaren stem 11 zullen maaken; ende dat UE. zonder uitstel, de reize gelieve t'aan-12veirden, om eenige daagen te verquisten, die men niet lichtlijk12 13 beter zouw kunnen besteeden. Mij verlaatende tot deze, gebied ik 14 mij in UE. beste gunste, ende blijf,
15Mijn Heer,
16Uwer E.
17onderdaane toegedaane
18dienaar
19P.C. Hóóft.
17Van den Huize te Muiden,
18den negenden van Oestmaandt,
191638.
Dringende uitnodiging, vooral met het oog op de muziek.