De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 3 (eds. H.W. van Tricht e.a.)


auteur: P.C. Hooft


editeur: H.W. van Tricht, F.L. Zwaan, D. Kuijper Fzn., Franco Musarra en R.E.O. Ekkart


bron: H.W. van Tricht e.a. (red.), De briefwisseling van Pieter Corneliszoon Hooft (derde deel). Tjeenk Willink/Noorduijn, Culemborg 1979  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 185]

987 A Monsieur, Monsr Joost Baak, bij 't oudemannenhujs, in No 3. tot Amsterdam.

(Baak: Muijden Ao 1639 24 Sept ontfn 26 ditto beantw 28 ditto).

Loont

 

1Monsr mon Frere,

 

2U.E. is niet alleen d'eerste, maer d'eenighe, die mij bij schrijven 3 verblijdt heeft met de voorspoedt, tot noch toe gebeurt aen onzen3 4 Ammirael ende vloote: hoewel ik heden bericht word, dat de 5 waere maere zoo goedt niet is, ende slechts een schip gezonken van 6 den vijandt; niet hun Ammirael, wiens persoon alleenlijk is omge-7koomen ende dat men niet meer dan een schip van de zijne verovert 8 heeft. Echter is 't een' groote gloorij, zoo maghtigh een' vloot, met 9 zoo kleenen getal van scheepen in de vlucht gedreeven te hebben. 10 Maer men zejdt, dat men den vliedenden vijandt een goude brug10 11 behoort te maeken. Godt geeve dat het naerlaeten van ditte, (hoewel 12 het betrachten misschien nu zijnen tijdt niet heeft) ons niet berou-12 13 wen moghe; ende zijnen zeghen tot vervulling der hoope, die wij 14 ujt het begonnen geluk geschept hebben. U.E. zal mij groote gunste 15 bewijzen met beschejdentlijke berichting van 't geene, van tijdt tot15 16 tijdt, voorts vernoomen wort. Waer toe mij verlaetende, beveel ik16 17 U.E. samt Joffre zuster en al de haere, den Almoghende, ende in 18 u.E. beste geneghenheit,

19Monsr mon Frere,

 

20Van den Hujze te Mujde, ter20

21vlucht, mits andre schielijk21

22voorgevalle bezigheden,22

23den 24en Sep. 1639.

20Uwer E.

21Verplichten, dienstwsten

22broeder,

23P.C. Hóóft.

[p. 186]

De insluiting van de Spaanse vloot bij Duins. Bedenkingen daarover.