|
|
Regelnummers proza laten
vervallen | |
| | | |
1037 Aen mijn Heer, mijn Heer Joachimus Vickefort. Ridder ende raet van haer Extie de Lantgravinne van Hessen, woonende op de cingel bij den Dolphijn, Amsterdam.
port,
...
1Fui tecum Muydae, ubi Hoofdius, Leonora, Susanna, Constantia, 2 egregiis exemplis magnarum virtutum documenta nobis dedere. 3 Equidem in Hoofdio praeter facundiam, prudentiam, comitatem, 4 admiratus semper fui priscam illam morum simplicitatem, nec 5 fluxos hujus seculi ritus, quibus vicina Gallia Batavorum 6 constantiam expugnat, et in Proteos transmutat. In Leonora, tanti6 7 viri conjuge, Cornelias, et Sempronias, et Placidias, et Flaccillas, et7 8 Serenas adspicio; hoc uno ab illâ dispares, quod à magnis virtutibus 9 secreverit grande supercilium, nec pro dote triumphos numeret.9 10 Susanna comis est sine fuco, diserta sine arte, modesta sine 11 affectatione, sine ostentatione sciendi avida. Constantia primam 12 virtutem putat, omnes complecti posse, et dissimulare singulas.12
13.....
14Poelgeestae ad Rhenum, 12 Sextil.
151640.
16C. Barlaeus
vertaling
....
(Verder) ben ik met u in Muiden geweest, waar Hooft, Leonoor, Susanna en Constantia door hun exemplaire gedragingen aan ons van hoge zedelijke eigenschappen de blijken hebben gegeven. Ik voor mij heb in Hooft naast zijn gemakkelijk spreken, zijn verstandigheid en vriendelijk optreden, altijd bewonderd - iets van den ouden stempel! - dien eenvoud van zijn karakter: niet de wufte manieren van deze eeuw, waarmede het genabuurd Frankrijk der Batavieren vaste geaardheid breekt en in een Proteus-geaardheid omzet. In Leonoor, de gade van zo groot een man, zie ik de Cornelia's en de Sempronia's, de Placidia's, Flaccilla's en Serena's voor mijn ogen, in dit ene slechts van haar verschillend, dat zij haar hoge eigenschappen heeft weten vrij te houden van ‘het opgetrokkene wenkbrauwenfronsen’ en niet ‘als meegekregen met haar bruidsgift al de zegekarren der familie opsomt’. Susanna is vriendelijk zonder lozen schijn, weet haar gedachten zonder gekunsteldheid goed uit te drukken, is zedig, zonder dat ze zich aanstelt, en zonder vertoon weetgierig.
| | | |
Constantia acht het de eerste deugd, dat men het vermag, aan alle zich toe te wijden, en toch bij elke op zichzelve doet, of men die deugd niet kent.
....
Te Poelgeest aan den Rijn, 12 augustus 1640.
C. Barlaeus.
Barlaeus prijst Hooft en zijn gezin.
|
Origineel. UBL. Pap. 8.28.
6Proteus, een zeegod, die kon voorspellen, maar nooit wilde; trachtte men hem nu te grijpen, dan nam hij achtereenvolgens een gehele reeks aan van schrikwekkende gedaanten; alleen wie niet terugdeinsde, maar vasthield, tot de cyclus was afgewerkt, kreeg hem murw. Uitvoerig Homerus, Odyssea 4, 384-570; Vergilius, Georgica, 4, 387-451.
7Cornelia, moeder van de volkstribunen T. Sempronius Gracchus († 133 v.C.) en C. Sempronius Gracchus († 121 v.C.) en van de Sempronia die huwde met P. Cornelius Scipio Africanus Minor († 129 v.C.). Bekend uit Plutarchus, Vitae Gracchorum en passim; Placidia, zuster van keizer Honorius (395-423) (Claudianus, in consulatum Stilichonis Secundum 357); Flaccilla, zijn moeder, vrouw van keizer Theodosius (379-395) (Claudianus, epithalamium in nuptias Honorii 43); Serena, oomzegster, later door adoptie dochter van Theodosius, vrouw van den Vandaal Stilicho, Honorius' machtigen dienaar († 408 n.C.) (Claudianus, Laus Serenae e.a.).
9Toespeling op Iuvenalis 6, 167-169.
|
|