|
|
Regelnummers proza laten
vervallen | |
| | | |
1265 (P.C. Hooft aan C. Barlaeus.)
1Mijn Heere,
2Magh men niet wel zeggen 't is den luiden niet aan te zien? Wie2 3 zoude gedroomt hebben dat die Predikant, laastmaals met U.E. en3 4 den Heere Poirier, 't mijnent ten eete geweest, toegang ten4 5 heilighdoome der zanggodinnen gehadt hadde? Daarentussen5 6 zeindt hij mij dit gedicht, waar in ik veele aardige slaagen en6 7 schranderheeden speur, die mij doen gelooven, dat hij voor geenen 8 van onze Duitsche rijmers (ik zonder altijds den Heer van Zuyli-89chem uit) zouw behoeven te wijken, wen het hem lustte zijnen 10 geest aan de Poëzij te koste te leggen. *Vondel* heeft een veirs ge-1011maakt op *'t wonder, waar af de Heilige Steê haaren naam draagt*: 12 en laat het openbaarlijk voor de boekwinkels ten toon hangen, 13 gelijk de voorvechters de messen in de luifen steeken, om de oogen13 14 van de verbijgangers te tergen, als met zeggen wie 't hart heeft,14 15 pluike. Mij deert des mans, die geenes dings eerder moede schijnt 16 te worden, dan der ruste. 'T schijnt dat hij noch *300 guldens* in16 17 kasse moet hebben, die hem dreigen de keel af te bijten. Noch17 18 weet ik niet oft het hem niet wel dierder moghte koomen te staan;18 19 ende d'een' oft d'andre heetharsen, bij ontijde, de handen aan hem19 20 schenden, denkende dat 'er niet een haan na kraaijen zoude. Dit20 21 spel, immers, maakt zulk een brabbeling in de wacht, dat 'er alle21 22 daaghs nieuwe krabbeling ujt rijst. Ik zend hier bij een paar 23 staaltjens, niet de fijnste die ik gezien heb, maar die ik althans23 24 bekoomen kan: want dit tuigh gaat ter greep wegh: in den Haage24 25 wel wat anders om; en U.E. in grasduinen van nieuwe tijdingen.25 26 De laaste, van daar gekreegen op den zeventienden deezer, zond ik, 27 dien zelven avondt, te rugge aan Heere ende neeve van Wikkevoort. 28 UE. gelieve aan zijn' Ed. Gestr. samt Mevrouwe onze welwaarde 29 nichte, ujt onzen naame, te doen de ootmoedige gebiedenissen, die 30 hier aan UE. gedaan worden met hartlijke groetenis,
31Mijn Heere, van
32UE.
33onderdaanen dienaar
34P.C. Hóóft.
33T'Amsterdam, den 20
34van Grasmaandt, 1645.
| | | |
Verrassing over Martinius' dichterschap. - Ontstemming en verontrusting over de uitdagende wijze waarop Vondel zijn Eeuwgety der Heilige Stede t' Amsterdam publiceert.
|
Geen hs. Overgenomen van no. 199 in Werken (1671), op drie plaatsen, waar Brandt de tekst door stippels vervangen heeft, aangevuld uit Huydecoper no. 747 (*...*).
3die Predikant: die dominee, nl. Fr. Martinius.
4Hélie Poirier, wiens Larmes, Sur le Trépas de feu Monsieur Pierre Corneille Hooft ( etc.) door Brandt en Arnout, alleen met Reijer Anslo's Muyden in Rou (en J. Vollenhove's Aen den Heer Arnout Hooft (enz.)) als lofdicht in de Werken (1671) werd opgenomen. Zie verder over deze te onbekende figuur de Bijlage en 1275.
5zanggodinnen: muzen.
Daarentussen: In die tussentijd (misschien met de bijbetekenis ‘in tegenstelling tot wat ik zeg of wij verwachten’).
6dit gedicht: Treur-gedicht, over 't Lijden en Sterven van onsen Heere Jesus Christus. Opgedragen aan Den Hooghgeleerden Heer, D.M. Joannes Wilhelmus Wendbejel, Beroemde regeerder der brave school tot Campen; slaagen: vaardige zetten.
8Duitsche rijmers: Nederlandse dichters.
altijds: vanzelfsprekend (WNT altijd 304 II 1 wat er ook moge gebeuren).
10te koste te leggen: te wijden; veirs enz.: Eeuwgety der Heilige Stede t'Amsterdam. Aan de oude Burgerij WB V 133; eeuwgetij: eeuwfeest: het mirakel van Amsterdam was 300 jaar geleden gebeurd. J.F.M. Sterck commentarieert Vondel's Altaer-geheimenissen II vs. 1023 (WB IV 744) aldus: ‘Dit is het eerste en eigenlijke Mirakel van Amsterdam: de h. Hostie, in maart 1345 door een stervende ontvangen en weer uitgebraakt, werd in het haardvuur geworpen, maar bleef boven de vlammen zweven’. Op deze plaats (in de Kalverstraat) werd een kapel gebouwd. Later stond daar de Nieuwezijds Kapel, afgebroken in de eerste jaren van deze eeuw. Jaarlijks wordt het mirakel herdacht door een processie, de ‘stille omgang’ in de eerste uren van de nacht na de derde zaterdag in maart langs de ‘heilige Stede’, de plaats waar de kapel gestaan heeft; de oude burgerij: de voor-reformatorische, katholieke burgerij.
13voorvechters: lieden die gevechten (vooral in het openbaar) plegen te beginnen (Mnl. Wdb. vorevechter 1120 1).
luif: afdak of uitbouw aan een gevel (WNT luif 3226 1).
14tergen: uitdagen; als met zeggen: alsof ze zeiden, evenals door te zeggen; wie...pluike: wie durft, trekke zijn mes (WNT pluiken ( I) 2810 2).
16300 gulden had indertijd de boete voor Palamedes bedragen.
17die...bijten: sarcastisch grapje: die hij nodig kwijt moet (nl aan een nieuwe boete).
Noch...niet: En ik weet ook niet, ik weet niet eens zeker.
18wel dierder: veel duurder.
19heetharsen: heetgebakerde; bij ontijde: 's nachts; de handen aan hem schenden: hem vermoorden.
20dat 'er...zoude: dat niemand ( een, telw.) er drukte over zou maken (WNT haan ( I) 1386 7 e al.; kraaien 10 8 e al.); Dit spel: Dit gedoe.
21brabbeling: herrie, hier alleen door praten (WNT brabbeling 975 A 2), daar met krabbeling een climax bedoeld wordt: herrie door schrijven (WNT krabbelen 39 Afl.); de wacht: de gemeente, de mensen.
23staaltjens: schotschriften dus.
fijnste: van edel gehalte (WNT fijn ( II) 4464 11), ironisch gebruikt; althans: op dit ogenblik.
24dit...wegh: dit spul vliegt weg.
25( gaat) wel wat anders om: is nog wel wat ernstigers aan de hand; en UE. ( gaat)... tijdingen: en u gaat smullen van nieuwsberichten (B. gaat blijkens de volgende zin weer te gast bij v.W., aan wie H. ze teruggestuurd heeft).
|
|