De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 3 (eds. H.W. van Tricht e.a.)


auteur: P.C. Hooft


editeur: H.W. van Tricht, F.L. Zwaan, D. Kuijper Fzn., Franco Musarra en R.E.O. Ekkart


bron: H.W. van Tricht e.a. (red.), De briefwisseling van Pieter Corneliszoon Hooft (derde deel). Tjeenk Willink/Noorduijn, Culemborg 1979  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 796]

1333 (C. Huygens aan Leonora Hellemans).

1Me Vrouwe;

 

2Dewijl mij door de menichvuldicht mijner occupatien het ongeluck 3 overgekomen is van U.E. weinigh tijds voor mijne komste ten3-4 4 huijse vanden Heere vander Meijden desen morgenstond vertrocken 5 te vinden, versoeck ick U.E. in 'tgoede te nemen dat ick mij dus5 6 metter penne onderwinde U.E. te betuijghen, hoe seer mij ende alle 7 de mijne ter herten is gegaen niet U.E. alleen, maer onser allen7 8 gemeen verlies, ende daerneffens te verklaren, soo ick aenden8 9 overleden daeghs voor U.E. komste mondeling hebbe gedaen, dat9 10 wij alle eenpaerlick geneghen zijn, ende ick insonderheid, met U.E.10 11 ende den haeren te blijven onderhouden de oprechte vriendschap 12 die wij nu langhe jaeren met U.E. waerdste man salr hebben gecon-13tinueert, vertrouwende dat U.E. van haerder zijde insgelijcks het 14 haere daertoe sal willen contribueren. ende ondertuschen God 15 almachtigh biddende U.E. te stercken, om Christelick te draghen 16 het ghene haer van Sijne Heilighe hand is opgeleght. soo spreken wij, 17 ende soo spreke ick van goeder herten, die ben,

18Me Vrouwe,

19U.E. ootmoedighe ende

20medelijdende dienr20

21C. Huijgens.

20's Gravenhaghe, den 23en Maij

211647.