[p. 42]
origineel
XI. Wie zoekt de Vryheit niet.
Cupio dissolui et esse cum Christo.
Puis que l'Amour seul est ma vie.
Douce est la mort qui me destie.
[p. 43]
origineel
Zielzugt.
Ik begeere ontbonden te worden, en met
Kristus te zyn
.
XI. Gezang.
Vois:
Chantez petits Oseaux, &c.
1.
O
Doelwit van myn min!
+
O troost in al myn plagen!
+
Wanneer zal uw vriendin
+
De kroon des hemels dragen?
+
Verkort, verkort myn dagen,
+
En laat my uw bruidzaal in.
+
Hebt ge ô Bruigom my verkoren,
+
Laat de dood my niet versmoren.
+
Laat myn ziel,
+
Laat myn ziel, als 't lyf bezwyk,
+
Verhuizen in uw Ryk.
+
2.
Hier grimt my de afgrond toe.
+
Daar lokken de ydelheden
+
Myn ziel van stryden moe:
+
Staag de oogen na beneden.
+
Elk tragt my te overreden,
+
Als ik uw gebod voldoe.
+
[p. 44]
origineel
Breek de keten myner zonden,
+
Daar ik leg aan vast gebonden,
+
Sloop den muur,
+
Sloop den muur van vlees en bloed,
+
Die my hier blyven doet.
+
3.
Om u, is al myn wens.
+
Om u zyn myn gebeden.
+
Nu 'k als een bloem verslens,
+
Door 't onweer neergetreden.
+
Buiten u is hier beneden
+
Niet als onrust voor den mens.
+
Laat myn ziel niet langer hopen.
Zie, zy tragt u in te loopen.
Ach! ik sterf,
Ach ik sterf! maakt gy geen end,
Van al deze aardse ellend.
4.
Myn God, myn eenig Een!
+
Vergever van myn zonden,
+
'K ontsla u niet, ô neen.
+
Voor dat ik, reyn bevonden,
+
Word door uw Liefde ontbonden
+
Van dit lastig vlees en been.
+
Laat de dood dit lyf weg slepen.
'K heb, in u, myn heyl gegrepen.
[p. 45]
origineel
Wat hier ryst,
Wat hier ryst of stort ter neer.
Ik leef, en sterf den Heer'.
Toezang.
Air:
Breek uw pylen, breek uw bogen
.
1.
V
Reugde! vreugde! zonder Ende,
Ziel, of eindelooze ellende.
+
'T is te grooten onderscheyt.
Zie, waar toe gy u bereyt.
+
2.
Liever hier het kruis verkoren,
Dan zyn eewig heil verloren.
+
In den arm van 't eewig goet,
Vind de ziel 't geen haar voldoet.
+
Om dat myn leven maar in uwe min bestaat,
Valt my het sterven zoet, hoe zeer van elk gehaat.
Toepassing.
G
Elyk een Hart van dorst versmagt
,
Schreewt na de bron, en koele stroomen
,
Zoo jaagt myn ziel uit al haar kragt
Myn God, om eens by u te komen
.
Wanneer ô schoone heylfonteyn
,
Zult gy het vuyl van myne zonden
Zoo wassen, dat ik eenmaal reyn
,
Zal voor uw oogen zyn bevonden
.
Myn ziel vermoeit en afgestreen
,
Verwagt haar heyl uit u alleen
.
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
}
bis
+
bis
+
(
bis
+
(
bis
+
(
bis
+
(
bis