[p. 71]
II. Fernando.
[p. 72]
- ‘Avec nos camps vainqueurs, dans l'Europe asservie,
- J'errai, je parcourus la terre avant la vie:
- Et, tout enfant encor, les vieillards receuillis
- M'écoutaient, racontant, d'une bouche ravie,
- Mes jours si peu nombreux et déja si remplies!
-
- Chez dix peuples vaincus je passai sans défense,
- Et leur respect craintif étonnait mon enfance.
- Dans l'âge ou l'on est plaint, je semblais protéger.
- Quand je balbutiais le nom chéri de France,
- Je faisais pâlir l'étranger.
-
- Victor Hugo, Mon enfance.
[p. 73]
Fernando
- 415
- De zomerzon verdoofde in 't Middellandsche meir
- Heur gloed en boog het hoofd by Herkles zuilen neêr. 416
- De maan verrees, en scheen, door hemelschblaauwe baren
- Gewiegd, op Algiers wal beschermend neêr te staren;
- Want havenmuur, moskee, Casobe en torentrans, 419
- 420
- 't Prijkt alles, door heur licht getooid, met zilverglans,
- En toont, veréénigd met valleien, bosch of reede,
- De kleur, die 't oog behaagt, de witte kleur der vrede.
- Zie, hoe de vuurbaak, door de sneeuw des tijds vergrijsd, 423
- Aan d'oever als een reus ten hoogen hemel rijst,
- 425
- En met zijn trotschen stal, thands vlam noch lichtgloed kwekend, 425
- Een breede schaduw op de zachte gloojing teekent
- Des driehoeks, die bebouwd met huizen, en beplant
- Met Cactus, palmen en granaten, een warand 428
- Vertoont, te schoon, dan dat voortaan een roofgebroedsel,
- 430
- Daar nestel' en de traan der onschuld zwelg' ten voedsel.
- ô Schoone stad! de kleur, die u thands luister biedt,
- Is 't sprekend zinbeeld van uw wreede meesters niet.
- Vertoondet gy 't blazoen dier monsters ons volkomen, 433
- Dan waart gy rood, als 't bloed, dat zy zoo vaak doen stroomen!
- 435
- Neen, dat zoû 't hoofdental, dat door hun zwaard gemaaid, 435
|
416 Herkles zuilen: de voorgebergten ter weerszijde van de straat van Gibraltar.
419 Casobe: ommuurde kernwijk met citadelfunctie, niet toegankelijk voor vreemdelingen.
reede: ligplaats voor schepen.
428 granaten: bomen met fraaie rode bloesem en appelvormige vrucht.
433 blazoen: wapen(schild).
435 zie Aanteekeningen, pag. 116.
|
[p. 74]
-
- Uw wal omgordt, en in wiens hair de nachtwind waait
- Uw stedenvendel in een pantherhuid verwandelen, 437
- Als 't beeld van wreedaarts, die hun lijken zelf mishandelen.
-
- Daar, waar de Keizersburcht haar vijftal torens, stout
- 440
- Op d'Eedlen, naar wiens wil zy eenmaal werd gebouwd, 440
- Naar boven heft, ten spijt der fransche legervendelen,
- Wier Veldheer, vast van wil, heur poorten tracht te ontgrendelen,
- En haar de lendnen op te rijten, door een bui
- Van bomben, by 't rumoer van trom en brandgelui,
- 445
- Ziet men aan d'ingang van een grijze walhoektoren
- Een wachtvuur branden, en een fakkel somber gloren.
- Twee krijgers zitten daar, met afgewend gelaat:
- De ééne is een krijgsgevangne, en de andre een renegaat.
- Die krijgsgevangene is een held van 't fransche leger:
- 450
- Fernando de andere; in den schemeravond steeg er
- Een grenadierental, stil, met geveld geweer 451
- Den burchtmuur op. 't Geschut wierp allen stervend neêr;
- Eén uitgezonderd, die, in wanhoop, 't durfde wagen,
- Zoo min naar 's vijands moed als zijn getal te vragen.
- 455
- Omsingeld, waar' hy wis door de overmacht verplet,
- Had niet Fernando hem van 't doodsgevaar gered,
- Met al dien heldenmoed, den stervling aangeboren
- Als 't vaderlandsch gevoel in hem heur stem doet hooren.
- Gelijk een moeder, die een langverloren kind,
- 460
- En reeds als dood betreurd, op eenmaal wedervindt,
- Maar aan 't gevaar ten prooi, en door de schrikbre kaken
- Des doods begrimd, haar moed in volle kracht voelt blaken
- By 't zalig wederzien, en wat haar tegenstaat
- Verwint, of met haar telg den dood in de armen gaat;
- 465
- Zoo stelt Fernando, by het weêrzien van een broeder,
- Een dierbren landgenoot, een Gauler, zich ten hoeder 466
|
437 verwandelen: veranderen.
440 d'Eedlen: Karel V (zie Aanteekeningen, pag. 114).
451 grenadier: keursoldaat van de infanterie (oorspronkelijk handgranaatwerper).
|
[p. 75]
-
- Des zwakkren, en verzorgt, hoe de Algerijn ook woed',
- Hem mild met spijs en drank by 's wachtvuurs rooden gloed.
- Maar somber is 't gelaat des krijgsmans, en zijn oogen,
- 470
- Beschaduwd door een paar gitzwarte wenkbraauwbogen,
- Getuigen van de smart, die hem de ziel beweegt,
- Dat hem een landgenoot, die vijand is, verpleegt.
- ‘Waarom?’ (dus roept hy 't uit, terwijl de grove vingeren 473
- De lokken van zijn baard zich om de knokklen slingeren),
- 475
- ‘Waarom mocht in dit uur by 't moedig strijdwaarts gaan,
- Op geen der kogels ook mijn naam geschreven staan?
- En moest een bastertzoon van 't edelst volk der wareld
- My 't leven schenken? -’ In zijn moedige oogen parelt
- Een traan: Fernando grijpt beledigd naar het staal;
- 480
- Maar ernstig luidt op nieuw des krijgsgevangne taal:
- ‘Neen, steek dat lemmer op, of zoo gy 't wilt ontblooten,
- Lang dan mijn hand een zwaard, om 't my in 't hart te stoten, 482
- Eer 't vuur der gramschap, dat by u in vlammen slaat,
- Op u de zwaarte van een tweede bloedschuld laadt;
- 485
- Geef antwoord, landgenoot! wat sluwe hinderlagen
- Des Boozen doen u 't kleed eens kruisverzakers dragen?’
-
- Fernando ziet hem met onthutste blikken aan:
- De gramschap is zijn ziel: de kracht zijn vuist ontgaan.
- Zijn krijgsgevangne sprak, gelijk zijn boezemrechter,
- 490
- 't Geweten: hy erkent geen andren pleitbeslechter:
- Zijn ziel is niet verstokt, en met gesmoorde stem,
- (Van zuchten ondermengd,) maar woorden rijk aan klem,
- Wordt in dit kort verhaal, zoo kunstloos als bezadigd, 493
- Geen landverraad bekend; maar ook geen schuld verdadigd. 494
-
- 495
- ‘Ik zag, (dus vangt hy aan te spreken,)
- Ik zag in Frankrijks schoone streken,
|
494 verdadigd: verdedigd, ontkend.
|
[p. 76]
-
- Schoon 't fransche bloed me in de aadren vliet, 497
- Als gy het eerste daglicht niet.
- Mijn vader was een dier soldaten,
- 500
- Waarmeê de held Napoleon,
- De schrik was van Europaas staten,
- En half een wareld overwon.
- Mijn moeder, die door 't heilloos woeden
- Van monsters, in der vrijheid naam, 504
- 505
- Heur oudren, vry van smet of blaam,
- Door 't staal des valbijls had zien bloeden,
- Was door de teêrste liefdeband,
- Verbonden aan mijn dierbren vader,
- En volgde hem, (wien had zy nader?)
- 510
- Van stad tot stad, van land tot land.
- In 't pyramidendal, omgeven 511
- Van schutgeknal en sulferdamp,
- Gaf ze onder stervenden my 't leven,
- En was mijn vaderland het kamp.
- 515
- Daar wies ik op, met lans en zwaarden, 515
- Maar kinderspeeltuig niet bekend.
- Mijn speelgezellen waren paarden,
- Een krijgskar was mijn legertent,
- En vroeg leerde ik de kracht der spieren
- 520
- Op menschenschedels bot te vieren.
- Mijn jeugd kreeg nimmer onderricht
- Van Godsdienstleer en vorstenplicht,
- En 'k hoorde nooit de namen noemen
- Van God of Christus, dan alleen
- 525
- Als leuzen, om in wufte reên,
- Zich zelf en andren te verdoemen.
- De drift naar roem, de zucht naar eer,
- Zy waren in het wareldheir, 528
|
504 de grootouders van Fernando zijn dus in de Franse Revolutie geguillotineerd.
511 In 't pyramidendal: zie Aanteekeningen, pag. 115.
528 wareldheer: leger met soldaten uit alle windstreken.
|
[p. 77]
-
- De Goden slechts die wy aanbaden, 529
- 530
- En 't Evangelie dat ons won,
- Had tot propheet NAPOLEON,
- En sprak van Frankrijks heldendaden.
- Ik dank 't alleen aan de Oosterlucht,
- Waar ik het daglicht heb ontfangen,
- 535
- Dat soms een reiner zielsverlangen
- Mijn geest met beelden heeft bevrucht,
- Die my van eedler dingen spraken,
- Dan die, waarvoor de krijg doet blaken;
- Zoodat ik in der makkren kring,
- 540
- Ja zelf, by grijzende oorlogslieden
- Ten schimp- of eerenaam ontfing:
- 't Poëtisch kind der Pyramiden.
- Den dag van Wagrams zegepraal, 543
- Zwaaide ik voor 't eerst als ruiter 't staal,
- 545
- En streed ik met die Adelaren, 545
- Die Habsburgs Arend doodlijk waren.
- En, toen Napoleon zijn vaan
- In Spanjes lustwarand liet wapperen,
- Zag hy me onwrikbaar met zijn dapperen,
- 550
- In 't vuur van iedren veldslag staan.
- Toen de oorlogsvlam in Rusland blaakte,
- Kampte ik naast Polens eedlen Vorst, 552
- En zonk, ten spijt der gloriedorst,
- Gekwetst in zwijm; maar toen 'k ontwaakte,
- 555
- Versierde 't kruis der eer mijn borst.
- Na de onafzienbre rei van rampen,
- Door 't woên des winters voortgebracht,
- Waarmeê der Franschen legermacht,
- Na Moscaus reuzenbrand moest kampen,
- 560
- Was ik de lot- en leedgenoot
|
529 zie: Aanteekeningen, pag. 116.
543 Den dag van Wagrams zegepraal: de slag bij Wagram tegen de Oostenrijkers vond plaats op 6 juli 1809.
545 die Adelaren: veldtekenen van Napoleon.
552 Polens eedle vorst: Stanislaus Pomatowski.
|
[p. 78]
-
- Der schaar, die de eedle Ney gebood,
- En zag ik hem de laauwren plukken,
- Die hem geen rechtsmoord zal ontrukken. 563
- By Beresinaas killen zoom 564
- 565
- Voelde ik mijn hart op 't wreedst verwonden,
- Dáár heeft mijn moeder in den stroom,
- Ter dood gewond, den dood gevonden,
- En slaakte ze in het ijs een kreet,
- Die nooit mijn kinderhart vergeet.
- 570
- By al de droeve nederlagen,
- Waardoor de blinde luim van 't lot
- Den Aadlaar heeft terug geslagen,
- En de ijzren wiekenvlucht geknot,
- Voerde ik het staal; niet meer om glorie;
- 575
- Maar voor den speelbal der victorie;
- Tot eindlijk, na een korte gloor
- Van weêrgeboorte, als meteoor, 576-77
- Die Noodlotszoon, door hoogre machten
- Zijn strijdphalanxen zag ontkrachten,
- 580
- En 't veld van Waterloo het graf
- Werd van zijn heir en keizersstaf.
- Dáár gaf met leeuwenmoed, ten leste,
- Mijn vader, nimmer strijdens moê,
- Zijn bloed voor Frankrijks heil ten beste,
- 585
- En look voor eeuwig de oogen toe.
- Hy was een van die duizend braven,
- Die, hoe ten lijfsbehoud genood,
- Zich wel de kaken van den dood;
- Maar aan geen vijand overgaven. 586-89
- 590
- Ik heb hem goede nacht gekust,
|
563 Ney liep in 1815 tijdens de honderd dagen weer naar Napoleon over en werd daarom later na een proces wegens hoogverraad gefusilleerd.
564 Bij Beresinaas killen zoom: de moordende terugtocht over de Beresina vond plaats in 1812.
576-77 korte gloor van weêrgeboorte: de ‘honderd dagen’ in 1815.
586-89 deze regels doelen op de (anecdotische) beroemde woorden: de garde sterft maar geeft zich niet over.
|
[p. 79]
-
- Tot we ons herzien in beter leven,
- En aan zijn stof, ter stille rust,
- Een zelfgedolven graf gegeven;
- En by den grijzen legerknecht,
- 595
- Zijn zwaard en eerekruis gelegd.
- Dáár moog hy vreedzaam naast zijn wapen,
- Den langen slaap der dooden slapen.’
-
- Hier zweeg Fernando; want een stroom
- Van tranen, al te lang bedwongen,
- 600
- Was eindlijk aan zijn oog ontsprongen,
- En vierde aan 't hart den vrijen toom,
- Dat thands door geen gesmoorde zuchten;
- Maar zich door snikken kon verluchten.
-
- Nadat hy 't oog had roodgeschreid
- 605
- Door tranen, die geen man verneêren;
- Maar die de menschheid moet waardeeren,
- Als tolken van zijn menschlijkheid,
- Sprak weêr met gloênde blik en wangen,
- Fernando tot zijn krijgsgevangen:
-
- 610
- ‘De throon des Keizers zonk ter neêr,
- En hy, die 't purper had gedragen,
- Verkwijnde in Britsche boei geslagen,
- Zijn leven op een rots in 't meir. 613
- Elk, die hem volgde op d'oorlogswagen,
- 615
- En in zijn naam Euroop verwon,
- Was haatlijk aan 't gehaat Bourbon, 616
- En moest in vreemde wareldstreken,
- Schoon vaak voor Frankrijks heil verwond,
- Verbannen van den Franschen grond,
- 620
- Het ruwe brood der armoe breken.
|
613 in Britsche boei: op St. Helena.
616 In 1813 werd Bourbon met Lodewijk XVIII hersteld.
|
[p. 80]
-
- Dat lot was ook mijn deel: gedoemd
- Als balling, zwierf ik door Europe,
- Meest onbekend, steeds onberoemd,
- En was de toekomst slechts mijn hope.
- 625
- Alom, waar 't vrijheidsvendel woei,
- Was ik by 't staatsorkaangeloei,
- En diende ik met mijn staal de vrijen.
- In 't fier Madrid, aan Tagoos strand,
- In Napels wal, in Griekenland, 628-29
- 630
- Schaarde ik my in der strijdren rijen,
- En was 'k een krijger, die den dood,
- In de oogen zag en nimmer vlood.
- Dan 'k zag by al die strijdbanieren
- De vrijheid nimmer zegevieren,
- 635
- En in heur schoonen naam alleen
- De bandeloosheid aangebeên.
- Dat deed me in 't eind die dweepers vloeken,
- Die onder schijn van volksgeluk,
- Hun eigen aardsche grootheid zoeken,
- 640
- En volken brengen onder 't juk,
- En 'k zwoer voortaan, als ik zoû strijden,
- Der dwinglandy mijn arm te wijden.
-
- 'k Vernam in Stambouls grijzen wal,
- Hoe Sultan Mahmouds krijgsvazal,
- 645
- Dey Husseyn, aan zijn rooverskunsten,
- Een talrijk heir ten strijd deed rusten,
- En dat hy oorlogslieden zocht,
- Wier arm voorheen voor Frankrijk vocht,
- Om dus met eigen wapenkrachten
- 650
- Zijn legioenen af te wachten.
- Ik toog er heên, en Husseyn schonk,
|
628-29 Fernando heeft dus deelgenomen aan de opstanden in Madrid en Napels, beide in 1820 en in Griekenland, waar de vrijheidsoorlog zich uitstrekte tussen 1821 en 1827.
|
[p. 81]
-
- Meer dan me als toekomst tegenblonk, 652
- En 'k zag door moedige Arabieren
- Me als opperhoofd en Aga vieren, 654
- 655
- Tot ik in zeekren avondstond
- Op 't onverwachtst een heilgoed vond,
- Een roos, wier zinbetoovrend bloeien,
- Mijn ziel in teêrheid deed ontgloeien,
- En die me een paradijsgift bracht,
- 660
- Maar mijn verbeelding nooit aan dacht.
- Een teedre maagd, wier ziel jonkvrouwelijk
- En smetloos was, gelijk heur leest, 662
- En, die met God en deugd vertrouwelijk,
- De heilgodes werd van mijn geest,
- 665
- En me al die vrouwen deed vergeten,
- In wier vergifte rozenketen,
- (Hoe schijnbaar schoon,) mijn ziel te vaak
- Zich wroeging gaarde voor vermaak.
- Zie daar het dagboek van mijn leven,
- 670
- Aan u, die me oordeelt, blootgegeven.
- Beslis thands als een rond soldaat,
- Of 'k derenis verdien of - haat,
- En of by 't schimpwoord van verrader,
- My 't bloed niet koken moet in d'ader,
- 675
- En 'k hem, van wien 'k dien hoon ontfing,
- Geen uitleg eischen op mijn kling.’
-
- Fernando zwijgt: zijn forsche handen
- Bedekken 't breede voorhoofd, waar
- Hy 't vlammend vuur der smart voelt branden,
- 680
- Als kromp het wee dáár tot elkaâr:
- Het wee, dat niemand kan bestrijden,
- 't Ondraagbaar wee van 't zielelijden.
-
- ‘Ik heb u aangehoord: (zoo spreekt
- De krijgsgevangne;) 'k wil niet twisten
|
652 meer dan me als toekomst tegenblonk: meer dan ik van de toekomst had kunnen verwachten.
654 Aga: Turkse titel voor officieren.
662 leest: gestalte, figuur.
|
[p. 82]
-
- 685
- Om 't droombeeld, dat uw ziel bekoort,
- Of liever, dat u 't bloed doet gisten:
- Maar 'k vraag 't in naam van 't Legerhoofd,
- Eens Frankrijks roem en oorlogsheiland,
- Dien men op St. Helenaas eiland,
- 690
- Het leven langzaam heeft ontroofd.
- 'k Vraag 't in zijn naam, wat zijn de rechten,
- Die u den Franschman doen bevechten?
- Wee u! geldt u de halve Maan
- Meer dan de roem der lelievaan?
- 695
- En kunt gy 't bloed van landgenooten,
- Door ongeloovigen vergoten,
- Zien vlieten, zonder dat dit bloed
- U 't bloed in de aadren stollen doet?
- Rampzaalge, schoon in 't kamp geboren,
- 700
- Waar alles trouw elkaâr bemint,
- En vreugde in andrer vreugde vindt,
- Hebt gy uw menschlijkheid verloren!
- Thands kleurt de schaamte mijn gezicht;
- Daar 'k u mijn redding ben verplicht.’
-
- 705
- Hy zwijgt: gelijk na 't zonvuurgloeien
- By zomerdag, der dampen heir
- Een onweêr aan den blaauwen sfeer
- In neevlen dichtgehuld doet broeien,
- Zoo bleek het uit de duisterheid,
- 710
- Fernando op 't gelaat gespreid,
- Dat in zijn borst een vuurstroom woelde,
- Die hy door bloed het liefst verkoelde.
- Maar even als dat onweêr, door
- Der winden aâm verjaagd, van 't spoor
- 715
- Der heemlen vliedt, zoodat de stralen
- Der zon weêr aan het luchtruim pralen,
- Zoo vlood ook uit Fernandoos borst
- Die onberaden drift, die dorst
- Der wraak, en sprak een stem met klaarheid:
[p. 83]
-
- 720
- Waarom, door eigenmin bekoord,
- Een zaak verweerd, die gy verloort? - 721
- Uw krijgsgevangne sprak de waarheid:
- Die kamp voert met zijn vaderland,
- Diens deel zij onuitwischbre schand!
-
- 725
- Hy staat onrustig op: zijn oogen,
- Die hy geroerd ten hemel slaat,
- Getuigen dat hy opgetogen,
- En door 't gevoel der eer bewogen,
- Van grootsche ontwerpen zwanger gaat.
- 730
- Hy wenkt een Arabier, het wachtvuur
- Bewakend in het zwijgend nachtuur.
-
- ‘Draag zorg dat in deez stonde, Osmyn,
- De Moor, op 't snelst voor my verschijn!’
- Beveelt hy. De armen kruislings over
- 735
- De breede borst verdwijnt door 't lover
- 't Kind der woestijn: een grijze Moor,
- Met blikken, hel als fakkelgloor,
- En met een glimlach op het wezen, 738
- Die slaafsche eerbiedigheid doet lezen,
- 740
- Verschijnt: ‘Schutte Allah in deez stond, 740
- Om Mohammed Gezairaas grond! 741
- (Dus vangt Fernando aan) Zijn Eden
- Schenke ons eens eeuwge zaligheden!
- Getrouwe! 'k noodde uw ijver uit,
- 745
- Den brand te steken in het kruid,
- Zoo spoedig Frankrijks legervanen,
- Den weg naar 't fort zich zouden banen:
- Maar ijdel is dat opzet; want 748
- God speelt hen allen ons in hand;
|
|
[p. 84]
-
- 750
- Om als de sprinkhaan der woestijnen,
- In 't stuivend voetzand weg te kwijnen.
- 'k Verander Osmyn, dus mijn last,
- En 'k wil dat gy dees oorlogsgast,
- Waar' 't ook ten koste van uw leven,
- 755
- Aan 't Fransche leger weêr zult geven.
-
- Vaarwel, mijn landgenoot! gy ziet
- Thands welk een bloed mijn hart doorvliet;
- Blijf, welk een deel u 't lot moog schenken,
- Somwijlen aan Fernando denken.’
- 760
- De Fransche heirbijldrager, thands 760
- Geen krijgsgevangne meer, drukt hevig,
- En de oogen vol van dankbren glans
- Fernando aan 't hart; maar wederstrevig
- Een dank te ontfangen, dien hy haat,
- 765
- Gebiedt hy hem, met streng gelaat,
- Den Moor te volgen, langs de weide,
- Tot aan de poort der slaghameide, 767
- Waar Turk en Fransche veteraan,
- Elkaâr als voorpost gadeslaan.
-
- 770
- De Franschman volgt den Moor: een ronde
- Meldt aan de nachtwaak de elfde stonde:
- De klep van Harem en Moskee, 772
- Deelt aan de stad het nachtuur meê,
- En breekt de stilte af in de wallen
- 775
- Van Algiers, en die duizendtallen,
- Die by het licht des uchtendroods
- Hun sluimring met den slaap des doods
- Verwisslen, door den oorlogswagen
- Als graan verplet, of neêrgeslagen.
|
760 heirbijldragers: bijldragers, of lictoren, waren functionarissen, die in Rome de bundel staven met bijl (de fasces) als teken van staatsmacht voor de consuls uitdroegen. Hier (mede blijkens regel 1252) de aanvoerders der grenadiers.
767 slaghameide: slagboom, sluitboom.
|
[p. 85]
-
- 780
- ‘Ha! (roept Fernando 't uit met drift,)
- Ras wordt de stonde my geboren,
- Die my vermeldt met vlammend schrift:
- Gy hebt gewonnen of verloren.
- Gy trokt in 't hachlijk levens-spel,
- 785
- Als lot een hemel of een hel.
-
- O stille nacht, wees rijk aan duister!
- Omsluier op uw starrenbaan,
- Met graauwe wolken, 't licht der maan!
- Vijandig is die zilvren luister
- 790
- Voor my, wien hemelklaarheid daagt
- In 't oog der allerschoonste maagd,
- En die alleen uit zwarte nevelen
- Zijn heilzon glansrijk op ziet hevelen.’ 793
-
- Hy gordt den sabel vast, en geeft
- 795
- Aan Mehemed, een grijzen roover,
- Die zestig zomers heeft beleefd,
- 't Bevel van slot en toren over.
- De krijgsman buigt: de renegaat,
- Vertrekt met snelle en vaste stappen,
- 800
- En teekent op de steenen trappen,
- Den vorm af van het Turksch gewaad:
- Zoodat een geest uit 's afgronds dreven,
- Zijn tulband dwarlend schijnt te omzweven;
- Tot dat in 't eind de breede rand
- 805
- Eens hoogen muurs, die schaduw bant, 805
- En in het loof der palmenboomen
- Geen stem of voetstap wordt vernomen,
- Gelijk een toon, hoe log van vlucht,
- Toch eindlijk wegsmelt in de lucht.
|
805 bant: doet verdwijnen.
|
|
|