terug  begin  verderprepost
[p. 27]

Brieven

1 Ed. Hoornik aan A.A.M. Stols, 28 juli 1938

Amsterdam, 28 Juli '38.1

 

Hooggeachte Heer Stols,

In aansluiting op ons telefonisch onderhoud en na een bespreking met de heeren Den Brabander en Van Hattum, kan ik U meededeelen, dat wij alle drie accoord gaan met Uw voorstel ‘Drie op één Perron’ in het a.s. voorjaar te laten verschijnen. Wij hebben dan nog gelegenheid enkele verzen in de tijdschriften te publiceeren mèt mededeeling, dat zij genomen zijn uit ‘Drie op één Perron’,2 zoodoende aan deze bundel, die ik bereids in een interview en voor de radio aankondigde, reeds vooruit een zekere bekendheid te geven.3

Daar ook - en dit in vertrouwen - een Amsterdamsche uitgever sterke interesse voor dezen bundel toont, zouden wij het bijzonder op prijs stellen, indien U ons spoedig het verschijnen van ‘Drie op één Perron’ vóór 1 Mei 1939 bevestigde onder de voorwaarden, die Geert van Oorschot ons bereids mondeling mededeelde.4

Daar wij drieën in hevigen geldnood verkeeren - bij dichters geen uitzondering, meen ik -, juist dezer dagen onze vacanties beginnen, en wij niet volledig kaal ‘op het perron’ willen verschijnen, zouden wij U zeer erkentelijk zijn, indien U ons ieder f10.- voorschot wilde uitkeeren, hoewel hierop natuurlijk niet ‘Drie op één Perron’ mag afspringen.

De U door Den Brabander, Van Hattum en mij toegezonden gedichten ontvingen wij gaarne terug in afwachting van een door U op te geven datum, wanneer U de eventueel-aangevulde copie moet binnen hebben.

Het lijkt mij het eenvoudigst, indien U de correspondentie over mij laat loopen, daar ik de andere heeren toch regelmatig spreek.

U bij voorbaat dankzeggend,

Met ernstige hoogachting:

Ed Hoornik.

1Stols schreef met potlood onder de brief:
‘Voorschot
18 / 3000 \ 166
18
---
120
108
---
120’

 

2In Den Gulden Winckel 37 (1938) 7-8 (juli-augustus) stonden de gedichten ‘Mank’ en ‘Twijfel’ van Gerard den Brabander (p. 5 en p. 16) en ‘De zoon’ van Ed. Hoornik (p. 16), met de vermelding ‘Uit: 3 op 1 perron’. Het septembernummer (p. 12-14) bevatte de gedichten ‘De dief’ en ‘Wereld’ van Hoornik, ‘The Husband’ en ‘Jonge weduwe’ van Den Brabander en ‘Bespreking van een modern schilderij’ en ‘Troost aan een patiënte’ van Jac. van Hattum. De bundel werd in vette letters aangekondigd: ‘Zes verzen uit “Drie op één perron”, verschijnt dit najaar bij A.A.M. Stols’. in het oktobernummer (p. 5) was tenslotte het gedicht ‘Hooglied’ van Den Brabander opgenomen, met wederom de vermelding dat de bundel Drie op één perron in het najaar bij Stols zou verschijnen. In andere tijdschriften zijn geen voorpublicaties achterhaald.
3Het interview waar Hoornik op doelde, werd gepubliceerd in Het Hollandsche Weekblad van 30 april 1938. Hoornik zegt daarin onder meer: ‘[...] maar nu verschijnt er bijvoorbeeld in het voorjaar van 1939 mijn “Drie op een perron” en dat zal moeten bewijzen, dat wij geen “Perronnisten” zijn, maar sterk uiteenlopende persoonlijkheden’. Wanneer Hoornik de bundel voor de radio aankondigde, is niet achterhaald.
4Hoornik bedoelt waarschijnlijk uitgeverij Bigot & Van Rossum, die in 1937 ook Hoorniks bundel Dichterlijke diagnose had uitgegeven. Hoornik schrijft namelijk twee dagen later dat de bundel ook in de Uilenreeks kan verschijnen (zie br. 3). Deze reeks werd van 1934 tot 1947 door Bigot & Van Rossum uitgegeven.
Gerardus Adriaan van Oorschot (1909-1987) was van eind 1935 tot maart 1939 als reiziger bij Stols in dienst; in die functie had hij de bundel Drie op één perron bij de boekhandel aangeboden. Het ontwerp van de omslag van de bundel was zijn idee. Op 30 maart 1939 schreef Van Oorschot aan Stols, dat hij op financiële gronden zijn colportage-boekhandel had opgezegd omdat hij volledig voor Em. Querido ging werken. Hij nam van 1940 tot 1943 voor Querido de uitgeverij waar. In 1945 vestigde hij zijn eigen uitgeverij op de Herengracht 613 in Amsterdam.
prepostterug  begin  verder