terug  begin  verderprepost
[p. 28]

2 A.A.M. Stols aan Ed. Hoornik, 29 juli 1938

29-7-1938

 

Hooggeachte Heer Hoornik,

Gaarne wilde ik mij toch nog het recht voorbehouden om den bundel ‘Drie op een Perron’ dit najaar uit te geven; de uitgave hangt af van een bijbaan, waarnaar ik solliciteer, een z.g. eerebaantje, hetwelk mij dan zal verplichten in Maastricht te blijven wonen. Die benoeming zal evenwel niet vóór September afkomen, als ik goed begrepen heb.

Anderzijds heb ik een buitengewoon aantrekkelijke aanbieding gekregen om directie-secretaris te worden van een onzer grootste uitgeversmaatschappijen; ik weet nog niet wat ik doen zal.

Financieel is de aanbieding zeer aantrekkelijk, omdat men mij niet alleen een zeer hoog beginsalaris aanbiedt, doch ook omdat men mij in het vooruitzicht stelt om over enkele jaren directeur te worden.5

Er is voor mij alleen een bezwaar aan verbonden: genoemde uitgeverij is een streng wetenschappelijke, interesseert zich niet voor de litteratuur (waar ik mij als uitgever nu reeds 16 jaar aan wijdt). Zij wil mijn fonds wel ter verdere exploitatie overnemen, doch ik mag dan verder geen litteraire boeken uitgeven. Het zou er dan op neerkomen, dat ik mijn fonds overdeed aan mijn vader (firma Boosten & Stols) of aan een gelijkgestemde uitgeverij. Doch zooals gezegd, ik kan nog geen beslissing nemen.

Liever heb ik dus de bijbaan in Maastricht, en ga ik gewoon zelfstandig als uitgever door als vroeger; doch lukt dit niet, dan zal ik wel zwichten voor die mooie aanbieding en verlaat ik de litteraire uitgeverij.

U ziet dus, hoe moeilijk het voor me is om inzake Uw bundel een beslissing te nemen. Blijf ik hier, dan geef ik Uw boek dit najaar of volgend voorjaar uit. Doch anders moet ik het laten vallen. In deze omstandigheden is het dan ook moeilijk om het gevraagde voorschot te geven.

Uw plannen wil ik evenwel niet remmen; mocht het in Uw voordeel zijn om tot een overeenkomst te komen met de Amsterdamsche uitgeverij, dan is U natuurlijk geheel vrij.

Ik ben nog enkele dagen hier voor ik met vacantie ga;6 zoudt U mij nog even bericht willen zenden?

Inmiddels verblijf ik gaarne, met de meeste hoogachting.

5Stols had in 1938 onder andere gesolliciteerd naar een baan op het consulaat van België of Frankrijk in Maastricht. Waarschijnlijk doelt Stols hierop, als hij schrijft over ‘een z.g. eerebaantje’. De baan ging overigens niet door.
Die buitengewoon aantrekkelijke aanbieding had de firma E.J. Brill te Leiden gedaan. Stols schreef op 15 juni aan J. Greshoff: ‘de fa Brill, Leiden, wil me als secr. v.d. directie vermoedelijk aanstellen tegen salaris van fl 5000.-.’ Veertien dagen later schreef Stols aan Adriaan van der Veen: ‘ik ben [...] door allerhande omstandigheden niet zeker, of ik mijn uitgeverij kan doorzetten. Ik deel U dit vertrouwelijk mede. De kwestie is nl de volgende: Ik solliciteer naar het ambt van Belgisch Consul te Maastricht. De benoeming, gesteld dat ik ze krijg, zal wel niet voor September afkomen. Wòrd ik benoemd, dan blijf ik in Maastricht wonen, en dan zet ik mijn uitgeverij gewoon voort. Word ik niet benoemd, dan ga ik Maastricht verlaten om mij in de buurt van Den Haag te vestigen; ik zal dan nl benoemd worden tot directie-secretaris van een der grootste uitgeverijen van ons land; deze geeft evenwel geen litteraire boeken uit, alleen wetenschappelijke, en ik weet dan niet wat er met mijn eigen fonds zal gebeuren. Hoogstwaarschijnlijk zal het dan verder worden geexploiteerd door mijn vader (fa Boosten & Stols), misschien verkoop ik het fonds ook aan een collega, die in gelijke richting heeft gewerkt.’ (‘Beste Sander, Do it now!’ Briefwisseling J. Greshoff-A.A.M. Stols (1), 1922-1941 (ed. Salma Chen/S.A.J. van Faassen), 's-Gravenhage 1990, resp. p. 379 en p. 657).
6Stols was aanvankelijk van plan een week in een pension in Juan-les-Pins in Zuid-Frankrijk te logeren, waar ook J. Greshoff en A. Roland Holst op vakantie waren. Maar op 1 augustus berichtte Stols aan Greshoff: ‘Mijn plannen voor een reis naar het zuiden zijn van de baan, noodgedwongen. Ik zal me moeten beperken tot een weekend in Brussel of Parijs... Bof ik ooit?’ (‘Beste Sander, Do it now!’, p. 384). Uiteindelijk zou Stols zijn vakantie toch aan de Côte d'Azur doorbrengen, namelijk in Cagnes sur Mer. (Zie br. 5.)
prepostterug  begin  verder