terug  begin  verderprepost
[p. 31]

5 A.A.M. Stols ann Ed. Hoornik, 18 augustus 1938

18-8-1938

 

Zeergeachte Heer Hoornik,

Na terugkomst uit Cagnes sur Mer, gisterenavond, vond ik hier Uw brief, de volledige copie en de brief van den Heer Den Brabander.15

Met het zetten van den bundel zal ik zoo spoedig mogelijk laten beginnen. Het contract zal ik in viervoud opstellen en U ter teekening opzenden.

Het gevraagde voorschot op het honorarium, zijnde voor ieder van U tien gulden sluit ik hierbij als postchèque van dertig gulden, op Uw naam gesteld, in. Gaarne kwitantie door U gezamenlijk over het zegel geteekend.

De foto van de Drie op een Perron zie ik gaarne tegemoet. Reeds nu reclame voor den bundel te maken heeft weinig zin; het beste kan dit gebeuren half September, als alle lezers weer van vacantie terug zijn.

Voor toezending der drukproeven aan U zal ik t.z.t. zorgen.

Inmiddels verblijf ik gaarne,

Met de meeste hoogachting,

 

U hebt mijn vriend Van Oorschot wel erg gealarmeerd door de mededeeling dat ik met uitgeven zou ophouden. Indien U mijn vorige brief leest zult U zien, dat daar geen sprake van is. Ik blijf uitgever, doch het is nog niet zeker of ik in de toekomst mijn eigen zaak voortzet, dan wel deze samensmelt met een groote uitgeverij, waarvan ik een aanbieding ontving. Overigens verzoek ik U dringend om toch vooral nog met niemand daarover te praten.

15De brief van Gerard den Brabander aan Stols is niet achterhaald. Waarschijnlijk doelde Stols hier op een brief, waarin Den Brabander aan Stols vroeg hem het voorschot op Drie op één perron ineens te sturen, waarmee hij meteen afstand deed van al zijn rechten op de bundel. Stols profiteerde niet van de acute geldnood van Den Brabander, zo blijkt uit een brief van 26 september 1938: ‘Gaarne zal ik tegemoet komen aan Uw verzoek om een verder voorschot op den bundel Drie op een Perron aan U uit te keeren. Ik weiger evenwel om door het betalen van 10 gulden alle verdere rechten van U over te nemen; dat zou een misbruik maken mijnerzijds van een moeilijke situatie Uwerzijds zijn.’ Stols sloot bij de brief een postcheque van ƒ 15,- in. Hieraan verbond hij wel de voorwaarde, dat Den Brabander zich op erewoord verplichtte om, indien hij wederom plannen had om een boek uit te geven, het in eerste instantie aan Stols aan te bieden. Het enige dat Stols, buiten Drie op één perron om, van Den Brabander zou uitgeven, was zijn vertaling van R.M. Rilkes König Bohush (Koning Bohoesj, 1940), die Den Brabander maakte op Stols' verzoek. (Zie n. 61.)
prepostterug  begin  verder