[Amsterdam,] 23-XI [19]38
Geachte Heer Stols,
Mede namens de andere ‘Perronnisten’ zeg ik U dank voor de toezending der bundels, die ik bereids verdeeld heb.
De bundels van Eekhout en Binnendijk hoop ik binnen afzienbaren tijd in ‘Groot Nederland’ te bespreken.39 ‘Drie op één Perron’ zond ik - in overleg met Greshoff - door naar Binnendijk, die dan over ons schrijft.40
Tenslotte nog een verzoek.
Gaarne ontving elk van ons ook één gebonden exemplaar; als auteurs meenen wij hierop eenige aanspraak te mogen maken; het boekje in die vorm is oneindig mooier dan het ingenaaide. Zooals ik U destijds, naar ik meen, schreef, heeft een vriendelijke jongedame onze copy geheel verzorgd, getypt enz. Wij hebben haar als belooning een bundel toegezegd. Mijn verzoek komt dus hierop neer, dat ik gaarne nog vier gebonden exemplaren van ‘Drie op één Perron’ ontving, die ik dan wederom zal verdeelen.
Ik maak U mijn compliment voor de uitstekende inleiding in de keurig-verzorgde prospectus.
Met ernstige hoogachting
Ed Hoornik
N.B. De ‘Museumboekhandel’ te Amsterdam heeft een keurige etalage aan ‘Drie op één Perron’ gewijd met foto's etc.41