terug  begin  verderprepost
[p. 39]

13 A.A.M. Stols aan Ed. Hoornik, 5 december 1938

5-12-1938

 

Geachte Heer Hoornik,

Gaarne zal ik in dit voorjaar uw nieuwen dichtbundel uitgeven.53 Of dit precies in Maart zal zijn kan ik U niet vast beloven; ik zou U willen voorstellen: laat U het verschijnen - toch in ieder geval in het voorjaar van 1939 - liever aan mij over; er komt bij het lanceeren en het kiezen van het tijdstip vaak meer tactiek te pas dan de schrijvers zich vaak realiseeren.

De voorwaarde, die ik voor de uitgave stel is evenwel de volgende: dat U mij in het vervolg steeds de voorkeur geeft voor het uitgeven van nieuw werk, hetzij in proza of in poezie. Alleen dan, wanneer ik om goedomschreven werk [lees: redenen], en naar ik hoop in volle vriendschappelijke verstandhouding, ik een of ander manuscript niet zou kunnen uitgeven, zoudt U zich eerst tot een anderen uitgever mogen wenden.

De zaak is namelijk, dat ik in den loop der jaren al zoo veel jonge dichters heb helpen debuteeren, die, als ze meer ‘loonend’ werk voor den uitgever gingen schrijven, mij met de poezie lieten zitten, en bv hun romans en wetenschappelijke werken elders gingen uitgeven. Dit nu wil ik voorkomen. Ik ben steeds bereid om alles voor een boek te doen wat ik kan, het te honoreeren als iedere andere uitgever, en U weet, dat ik de boeken in den regel beter verzorg dan andere uitgevers.

Wie dus in het vervolg bij mij ‘komt’ moet dan ook bij mij blijven, anders begin ik er liever niet aan. Ik hoop, dat U zult willen besluiten om in het vervolg al Uw werk bij mij uit te geven; ik voel zelf erg veel voor Uw werk, en wil er graag mijn uiterste best voor doen.

Ik heb U nu wel niet helpen debuteeren, doch alles bijeen is Uw werk nog een debuut (al zeg ik gerust: een voortreffelijk debuut). Laten we dus de handen ineen slaan en samenwerken.

Een goede raad wilde ik U geven: publiceert niet in het tempo Vestdijk:54 de boekhandel raakt er te gauw vermoeid door, en ook het publiek kan niet alles verwerken. U hebt nu in dit najaar reeds twee publicaties, en in totaal dit jaar meen ik drie.55 Overweegt U liever om niet meer dan eens per jaar met een flinke bundel te komen, dan twee of drie keer per jaar met een plaquette. Dat weegt zwaarder, en U zult op den duur nog critischer tegenover Uw eigen werk gaan staan. Roland Holst, Bloem, Greshoff, Nijhoff, ja de geheele vorige generatie had minder haast met publiceeren. En toch is alles ‘terecht’ gekomen. Al kan ik de drift tot publiceeren goed begrijpen, ik meen U toch te mogen aanraden om niet te veel bundeltjes te laten verschijnen, doch liever met minder bundels, doch ‘dikkere’ en niet vaker dan eens per jaar op de boekenmarkt te komen.

Hoe het ook zij, als U met mijn principieele voorwaarde accoord gaat, geef ik Uw bundel in het voorjaar uit.

Ik kom a.s. weekend naar Amsterdam. Laat U mij eens weten, hoe en waar ik U overdag het gemakkelijkst bereiken kan. Ik was 8 dagen geleden in Amsterdam, doch U was op de redactie niet te bereiken,56 en evenmin heb ik U op den Kring kunnen ontdekken.57

We kunnen dan eens persoonlijk kennis maken en over een en ander praten. Kan ik op Uw bericht vóór Donderdag rekenen?58

Inmiddels verblijf ik gaarne,

met vriendelijke groeten,

Hoogachtend,

A.A.M. Stols.

53Bedoeld is Steenen.
54S. Vestdijks eerste poëziebundel, Verzen, was in 1932 als cahier van De Vrije Bladen verschenen; tot eind 1938 verschenen van hem in totaal 21 werken; vijf poëziebundels, drie novellen, zeven romans, vier essays, een vertaalde roman en een in samenwerking met H. Marsman geschreven roman-in-brieven.
Ondanks de waarschuwing van Stols vond Anthonie Donker toch, dat Hoornik te veel uitgaf: ‘Van het vrij uitgebreide werk (teveel!), dat hij sinds 1936 in niet minder dan zeven kleine bundels uitgegeven heeft, teekent dit [Mattheus, A.H.] het best zijn verhouding tot de werkelijkheid.’ (In ‘De jongste generatie en de werkelijkheid (III)’, De Stem 19 (1939) 7-8 (juli-augustus), p. 595.)
55Van Hoornik waren in 1938 Mattheus, Geboorte en Drie op één perron verschenen.
56Hoornik was in die tijd als redacteur binnenland werkzaam op het Algemeen Handelsblad in Amsterdam.
57‘De Kring’, een besloten artiestensociëteit in Amsterdam, werd op 23 september 1922 opgericht met als doel een gezelligheidscentrum en artistiek middelpunt te zijn. Hoornik was, evenals vele andere schrijvers, jarenlang lid van de sociëteit en hield er geregeld lezingen over nieuwe poëzie. In 1938 was de sociëteit gehuisvest aan het Kleine-Gartmanplantsoen 7-9.
58Hoornik beantwoordde deze brief op woensdag 7 december.
prepostterug  begin  verder