terug  begin  verderprepost
[p. 43]

17 A.A.M. Stols aan Ed. Hoornik, 23 december 1938

23-12-1938

 

Waarde Hoornik,

Laat ik beginnen met eerst maar het laatste deel van je brief af te handelen. Ingesloten zend ik je een postchèque van fl 40.-, zijnde fl 15.- tweede voorschot op het honorarium van ‘Drie op een Perron’ en fl 25.- voorschot op het te leveren manuscript van ‘Steenen’. Zoodra het laatste in mijn bezit is, zal ik het contract opzenden; we kunnen dan eerst nog even correspondeeren over de voorwaarden.

Laten we dan ‘Mattheus’ herdrukken in den bundel nà ‘Steenen’, als dat tenminste zoo uitkomt met dien bundel. Het zou jammer zijn, als dat gedicht zoo, als nummer van ‘De Vrije Bladen’ bleef bestaan, en dus op den duur verloren ging.

Het doet me genoegen te vernemen, dat de bundel ‘Geboorte’ uitverkocht is, en dat er een herdruk van komt. Dat bewijst tenminste, dat er belangstelling voor je werk bestaat ook buiten de kritiek. Van ‘Drie op een Perron’ waren er op 1 December 203 verkocht, en ín December zullen er ook nog wel wat zijn weggegaan. Laten we hopen, dat we de opgelegde 350 exemplaren gauw kwijt zullen zijn...

Zeer bedankt voor de adressen van Mok, Hoekstra en van der Wal. Van Mok, wiens adres ik inmiddels teruggevonden had, kreeg ik bericht, dat hij zijn roman reeds vergeven had. Hij beloofde me evenwel werk, zoodra mogelijk.70 Als jij hem nu nog eens voor me warm houdt, zul je me ten zeerste verplichten. Van der Wal zal ik heden schrijven. Eveneens Hoekstra, al heb ik er niet zooveel fiducie in als jij.

Ik hoop, dat ik het manuscript van ‘Steenen’ gauw zal ontvangen; als Vestdijk soms treuzelt, wil je hem wel opporren?

Als je auteurs, ook buiten de letterkunde (ik denk aan wetenschappelijk werk, schoolmeesters e.d.) tegenkomt, die publicatieplannen hebben, wil je ze dan naar mij verwijzen?71 Je zult er mij een grooten dienst mee bewijzen. Bij voorbaat hartelijk dank.

Misschien kom ik omstreeks 29 dezer nog in Amsterdam, en ik hoop dan een biertje met je te drinken. Van Den Brabander krijg ik dus wel bericht, evenals van Van Hattum. Inmiddels, met hartelijke groeten,

70Stols doelde op Maurits Moks roman De tweede jeugd, die in augustus 1939 bij uitgeverij De Tijdstroom te Lochem zou verschijnen. Mok had Stols op 21 december teruggeschreven, dat hij de roman elders had ondergebracht, waarop Stols meteen antwoordde: ‘Mocht U het zoo kunnen regelen, dat wij toch samen kunnen werken, dan zou ik dit ten zeerste op prijs stellen: U zult er geen spijt van hebben.’ Stols dacht een romancier van formaat binnen te halen. Hij gaf nog datzelfde jaar van Mok de bundel Verloren droomen en de roman Figuren in het zand uit. Maar Mok bleek onverkoopbaar, omdat er van hem te veel werk in omloop was. Daarom zag Stols na 1939 af van nieuwe uitgaven van Mok.
71Uit de fondscatalogi van Stols uit de jaren 1938 en 1939 blijkt dat Stols inderdaad ook enkele niet-literaire werken uitgaf. Dit waren uitgaven op het gebied van de kunstgeschiedenis, de genealogie en de rechtswetenschap en sociologie.
prepostterug  begin  verder