terug  begin  verderprepost
[p. 44]

18 Ed. Hoornik aan A.A.M. Stols, 28 december 1938

[Amsterdam,] 28-XII-[19]38

 

Beste Stols

Hartelijk dank voor brief en chèque.

Van Rein Blijstra, Amstellaan 70 III, tel. 21226, Amsterdam, hoorde ik, dat hij dezer dagen een roman heeft beeindigd. Hij heeft zich nog niet met een uitgever in verbinding gesteld, voor zoover ik weet.72 Een redactrice van het ‘Alg. Handelsblad’, tevens redactrice van het kinderweekblad ‘Doe Mee’, De Lairessestr. 3, Amsterdam (Z.) heeft een aantal zéér orgineele, knappe kindervertellingen geschreven, die, geïllustreerd door Piet Worms, wellicht een alleraardigst boekje zouden vormen. Mijn bezwaren tegen ‘Nanne's reis’ liggen juist in de ‘slappe’ tekst.73 -

Vestdijk schreef me vandaag, dat ik binnen 14 dagen de bundel ‘Steenen’ terugkrijg. Ik zend die dan direct naar je door.

Door een misverstand heeft Marsman over ‘Drie op één Perron’ geschreven; het lag nml. in Vestdijk's bedoeling er een kroniek aan te wijden. Hij reserveert die nu voor ‘Geboorte’.74 Mocht je in Amsterdam komen, dan hoop ik vast je te zien. 's Avonds ben ik telefonisch bereikbaar onder 30404.

Met vriendelijke groeten

Ed Hoornik.

72Reinder Blijstra (1901-1975) debuteerde in 1928 door bemiddeling van E. du Perron met de prozabundel IJzeren vlinders, waarin een tekening was opgenomen van A.C. Willink. Deze bundel werd gevolgd door Graphische voorstelling (1930) en de roman Aanslag (1938). In 1928 redigeerde hij samen met Paul van Ostaijen en E. du Perron het tijdschrift Avontuur. Van 1935 tot 1940 werkte Blijstra mee aan Critisch Bulletin, waaraan hij na de Tweede Wereldoorlog als redacteur was verbonden.
Er kwam in 1939 geen roman uit van Blijstra. Wel verschenen dat jaar van hem een tweetal vertalingen: bij Kosmos te Amsterdam Rachel Fields' Dit alles en ook nog de hemel en bij De Wereldbibliotheek te Amsterdam van Nicolai Kazantzaki De tuin der rotsen (Le jardin des rochers). In 1941 verscheen de prozabundel Gericht tot zelfbehoud bij de Amsterdamsche Boek- en Courant Mij. Stols zou nooit werk van Blijstra uitgeven.
73Hoornik bedoelde Wilhelmina Remelia (Wim) Hora Adema (1914-1998). Wim Hora Adema belandde na de kweekschool in de journalistiek en was van 1936 tot 1941 werkzaam bij het Algemeen Handelsblad, waar ze nauw samenwerkte met Hoornik en jarenlang zijn manuscripten uittypte. Doe Mee was een kindertijdschrift, dat het Algemeen Handelsblad van 1936 tot 1941 uitgaf. Tussen 1940 en 1964 schreef Wim Hora Adema verschillende kinderboeken, waarvan drie samen met Hoornik: Joosje (1940), Zal ik u vertellen? (1941) en Tusschen de anderen (1942). Stols zou de genoemde kindervertellingen niet uitgeven en het manuscript op 19 juni 1939 aan Hoornik terugzenden. In 1957 zou in Stols' Jeugdboekerij van Wim Hora Adema het boek De rode engel, met illustraties van Fiep Westendorp, verschijnen.
Piet Worm (1909-1996) had bouwkunde gestudeerd en werkte enige tijd als architect in Frankrijk. Na een opleiding aan de Rijksacademie voor Beeldende kunsten in Amsterdam, ging hij zich toeleggen op het illustreren van (kinder) boeken, maar hij zou geen boeken van Wim Hora Adema illustreren.
Worm, die gehuwd was met Tia Wiegman (geb. 1913), was met Stols in contact gekomen dankzij zijn schoonvader Matthieu Wiegman, met wie Stols goede relaties onderhield. Nauwe contacten ontstonden toen Worm in 1939 het ontwerp maakte voor het omslag van de eerste jaargang van het tijdschrift Halcyon. Hij zou verschillende ontwerpen voor Stols-uitgaven maken, waaronder de ‘zwaantjes’-band van de Helikonbundels uit 1940, 1946 en 1947. Worm schreef en illustreerde ongeveer vijfendertig kinderboeken. De eerste daarvan, Nanne's reis, zowel door Worm geschreven als van litho's voorzien, was in november 1938 bij Stols verschenen.
74In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 8 april 1939 besprak S. Vestdijk, onder de titel ‘Poëzie der physiologie’, Hoorniks bundel Geboorte, een lyrische cyclus en ondere gedichten (1938).
prepostterug  begin  verder